Gesprekspunten
Start Auteur DaniŽl inleiding Bibliografie Laatste nieuws Openbaring v Johannes Gesprekspunten Links

 Sporen van de wederkomst van Jezus Christus   

Vorige
Omhoog
Volgende

 

Aandachtspunten voor Bijbelstudie

DaniŽl

1a        DaniŽl 7. Mensen als dieren.
 

  1. Verstaat DaniŽl profetieŽn in letterlijke - of geestelijke zin of beide? Waarom doet hij dat en is dat juist?
  2. Wie doet de vier dieren opkomen uit de zee? Wat betekent zee in dit verband?
  3. Is de opkomst uit de zee de enige reden om de vier koningen ďdierenĒ te noemen?
  4. Waaruit bestaat de menswording van het eerste dier? Wie of wat bewerkte dat?
  5. Voor welk volk had de menswording van Nebukadnesar direct gevolgen? Welke?
  6. Heeft bekering/menswording van een koning vandaag nog gevolgen voor het volk? Waarom niet? Waarom richt de vijandschap van de vier dieren zich tegen Gods volk?
  7. Zijn er lijnen te trekken tussen het bijbelboek ďEsterĒ en het tweede dier, de half opgerichte beer? Welke dan?
  8. Waarom zou DaniŽl meer hebben willen weten over het vierde dier?
  9. Waarin verschilt het opkomen van het vierde dier van de andere dieren?
  10. Welke vijandige dingen hebben tien Romeinse keizers Christenen aangedaan?
  11. Is het juist de Franse Revolutie toe te passen op de (kleine) horen, die drie koningen ten val zou brengen? Wat heeft deze toepassing christenen vandaag te zeggen?
  12. Wie heeft de tijden en wet in handen tijdens het vierde dier? Motiveer uw antwoord?
  13. Kan men uit het vierde dier afleiden of IsraŽl en de Kerk verdrukt zullen worden?
  14. Was DaniŽl verheugd over het antwoord? Waaruit blijkt dat en wat vindt u ervan?
  15. Is het nuttig voor een christen te weten dat hem verdrukking wacht? Waarom?
  16. Wat bewaarde DaniŽl in zijn hart en waarom?


1b        DaniŽl 8. De gruwel der verwoesting.
 

  1. Wat is de zin van de vermelding van het tijdstip van dit gezicht?
  2. Kan het woord over verwoesting van de tempel anders dan letterlijk genomen worden, nu de tempel op dat moment letterlijk verwoest was?
  3. In welk jaar is de tweede tempel verwoest?
  4. Wanneer is de moskee ďde koepel van de rotsĒ op het tempelplein gebouwd en door wie?
  5. Is er ernstiger overtreding denkbaar nu op deze moskee staat: ďGod heeft geen ZoonĒ?
  6. Op het bevel het gezicht over de avonden en morgens te doen verstaan, ging GabriŽl op de plaats staan waar DaniŽl zich bevond. Wat betekent het innemen van die plaats in verband met het getal van de avonden en morgens?
  7. Kan men zeggen dat het heiligdom in rechten staat is hersteld nu IsraŽl sinds 1980 de macht over het oude Jeruzalem heeft verkregen en dit overeenkomt met het getal van de avonden en morgens?
  8. Wie heeft volgens het gezicht van de avonden en morgens de macht over Jeruzalem de Joden, de Moslims, de Christenen of Gods Zoon? Wat wil dit zeggen?


 

1c        DaniŽl 9 Jeruzalem, teken der tijden
 


 

1d        DaniŽl 10 - 11:36.  De Satan ontmaskert.

 

1e        DaniŽl 11:35vv. Herstel koningschap van Jeruzalem.
 


 

De Openbaring van Johannes

1          Openb. 1:1 Ė 10  Uw Naam worde geheiligd
 

  1. Wie en wat stelt God centraal in dit boek? Hoe en waartoe?
  2. Welke gevolgen heeft dit voor de bestemming van de profetieŽn?
  3. Welke is het getuigenis van Jezus Christus?
  4. Welke invloed heeft het getuigenis van Christus op het verstaan van de tekst?
  5. Wie is de auteur en welke gevolgen heeft dit voor het adres?
  6. Kunt u aantonen dat de vroege kerk de tekst letterlijk heeft verstaan?
  7. Is de omgang met dit boek vrijblijvend voor een christen? Waarom niet?
  8. Wat zijn ďwolkenĒ hier in verband met de wederkomst?
  9. Wie van de volken zullen straks over Hem weeklagen? Wanneer?
     

2          Openb. 1:9 Ė 2:2.  De zeven engelen zijn engelen
 

  1. Wanneer en waardoor ging Johannes onderuit? Kunt u dit begrijpen en verklaren?
  2. Wat is de betekenis van het tweesnijdende scherpe zwaard?
  3. Had Johannes kunnen weten, dat Jezus behalve de Kerk ook het wereld gebeuren leidt door zijn voorzienigheid?
  4. Wat bedoelt Jezus hier met het geheimenis?
  5. Welke gevolgen heeft Gods voorzienigheid en het geheimenis voor het verstaan van de zeven brieven? Hoe maakt dit de brieven tot profetische gezichten?
  6. Is het juist te stellen dat de zeven steden van AziŽ ook profetische betekenis hebben?
  7. Wat betekent voor christenen dat Jezus anders omgaat met de engelen dan zijn Kerk?
  8. Staat Jezus als Christus of als de Here temidden van de Kerk, of is Hij altijd beide?
  9. Wat zegt het over de betekenis van Gods woord, nu Jezus wandelt temidden van de zeven gemeenten en de Kerk niet beheerst?
  10. Bent u het er mee eens, dat de zeven engelen geen voorgangers zijn?

 

 

3          Openb. 2:1 Ė 8.  De zeven brieven zijn profetieŽn
 

  1. Beheerst Gods Zoon de zeven engelen, de steden of beide?
  2. Waardoor maakte Jezus de zeven steden tot vertegenwoordigers van de wereld? Is dit genoeg reden de zeven brieven als profetieŽn te beschouwen?
  3. Welke tijd omvat hier de reeks van zeven steden en op welke grond?
  4. Waarop duiden de bijzonderheden van elke stad en waarvoor?
  5. Welke zijn de bijzonderheden van de stad Efeze?
  6. Welke gevaren voor de Kerk schuilden in deze bijzonderheden van Efeze?
  7. Wat wordt bedoeld met de eerste liefde? En wat heeft de wet daarmee te maken?
  8. Toont de dreiging van de wegneming van de kandelaar dat bekering noodzakelijk is?
  9. Is de gevaarlijke toestand van deze gemeente vandaag nog actueel? Geldt dat ook voor de kerk waartoe u behoort?
  10. Wat zou er van de Kerk geworden zijn, zonder ingrijpen door Gods Zoon?

 

4          Openb. 2:8 Ė 12a.  Door vervolging toetst Jezus het geloof
 

  1. Welke bijzonderheden zijn bekend van de stad Smyrna uit de tijd van de vervolgingen van christenen door Romeinse keizers?
  2. Waaruit blijkt de hand van Christus bij de tien bloedige vervolgingen door de Romeinse keizers?
  3. Wat was de reden van gevangenschap, de laster of hun geloof?
  4. Wie verzocht toen de christenen, de Satan, Gods Zoon of beide? Om welke reden of gevaar?
  5. Welke functie speelde "bekering" bij het verraad en/of de volharding?
  6. Waaruit bestond toen het "rijk zijn" van de martelaren?
  7. Indien de tweede dood de marteldood was, wat is hier dan de eerste dood?
  8. Van wie verwachtte bisschop Polycarpus zijn geestelijke kracht? Was dit tevergeefs?
  9. Wie was de overwinnaar bij deze vervolgingen, de Satan of Jezus Christus met zijn getrouwen? Kunt u dit nader toelichten?.
  10. Kunt u aangeven welke jaren deze brief van toepassing is?

 

5          Openb. 2: 12 Ė 18. De zeven oecumenische Concilies
 

  1. Waaruit blijkt in deze brief, dat de christenvervolgingen hieraan zijn vooraf gegaan?
  2. Kwam de Satan hierin als een briesende leeuw of als een engel des lichts?
  3. Ten gunste van welk volk wilde Bileam IsraŽl vervloeken? Wat weet u van de afkomst van dit volk?
  4. Wat zou het gevolg zijn geweest voor de beloofde Messias, wanneer de belofte aan Abraham op de nakomelingen van Lot zou zijn overgegaan?
  5. Is de strik van Bileam dat hij de godheid van Jezus wilde ontkennen, of iets anders?
  6. Hoe tonen de bijzonderheden van deze stad, dat de godheid van Jezus toen in het geding was?
  7. Maakt het wat uit of Jezus gelijk is aan de Vader of op Hem lijkt? Voor wie maakte dit alles uit en waarom?
  8. Hoe heeft de Kerk destijds gereageerd op de poging van de Satan om Jezus zijn godheid te ontnemen?
  9. Hoeveel oecumenische synoden zijn er geweest over de persoon, de godheid en de verhouding tot de mensheid van Jezus? Wat was het resultaat van deze synoden?
  10. Door wie en wanneer zijn de eerste en de laatste synoden in Nicea samengeroepen?
 

6          Openb. 2:18 Ė 29. Jezus is Heer van Kerk en IsraŽl
 

  1. Wat zijn volgens de bijbel de werken van de vrouw Izebel en leidde dit tot afval?
  2. Was zij als vrouw van de koning bevoegd Naboth te doden? Welke gevolgen had dit voor Achab?
  3. Wat was het bijzondere van Thyatira, dat in de middeleeuwen in heel Europa is ingevoerd?
  4. In welke drie ambten werd de Kerk in de late middeleeuwen opgedeeld en waardoor?
  5. Welke mogelijkheid gaf de invoering van het hiŽrarchische gildensysteem in de Kerk aan de bisschop van Rome en wat is de investituurstrijd?
  6. Door wie en hoe raakt Jezus als Heer der Kerk buiten het gezichtsveld, door het hiŽrarchische systeem van de ambten of het pausdom? Wat is in dit verband hoererij?
  7. Laat Gods Zoon de vrouw Izebel haar gang gaan? Wat betekent dit voor de Kerk?
  8. Is het juiste verband te leggen tussen de pestziekte van 1346-1349 en deze brief over het doen sterven van hun kinderen? Hoe hebben hart en nieren hiermee te maken?
  9. Is de invloed van een uitspraak van een paus vergelijkbaar met die van een generale synode van protestantse kerken?
  10. Nu de vrouw Izebel zich niet zal bekeren blijft dit gevaar de Kerk bedreigen. Maar is dit gevaar ook van toepassing op de protestantse kerken? Kunt u dat bewijzen?
     

7          Openb. 3:1-7. De heilsweg zonder aanzien.
 

  1. Kan de hele Kerk dood zijn voor God, terwijl het een bloeiende gemeenschap lijkt?
  2. Waardoor werd het verleden van de stad Sardis en de Kerk toen gekenmerkt?
  3. Hoe hebben deze kenmerken er toe bij gedragen, dat de heilsweg werd verduisterd?
  4. Welke rol hebben de paus en de aflaten daarbij gespeeld?
  5. Wat spreekt de mens meer tot de verbeelding, een groots verleden door geloofswerken of een voortdurende knieval voor Jezus om genade?
  6. Noem enkele reformatoren? Hebben dezen iets nieuws gebracht? Wat dan?
  7. Komt de geloofsweg van Luther overeen met de ťťnheid van zonde en genade, wet en evangelie? Is dit met Calvijn anders?
  8. Wat waren de reacties van de Kerk op de oproep van Luther tot reformatie?
  9. De Here legt bovendien verband tussen de heilsweg en de tekenen van de eindtijd? Voor wie doet Hij dit?
  10. Kan voor protestantse christenen het verleden van de reformatie/afscheiding/doleantie of vrijmaking gevaar opleveren voor de heilsweg van wet en evangelie? Hoe dan?
     

8          Openb. 3:7-13. Jeruzalem als verzoeking
 

  1. Wat bedoeld Jezus hier met de sleutelmacht, en welke stad is daarbij betrokken?
  2. Geldt zijn sleutelmacht alleen het aardse Jeruzalem, het hemelse of beide?
  3. Wat betekent deze sleutelmacht voor de Joden uit de tijd van Johannes? En wat voor het tegenwoordige Jeruzalem?
  4. Kunt u vanuit deze brief duidelijk maken dat de Here het koningsschap over Jeruzalem aan de Joden zal teruggeven?
  5. Door wie en voor welk doel is de stad Philadelphia gebouwd? En wat heeft de stad Jeruzalem hiermee te maken?
  6. Welke zijn de overeenkomsten tussen het oude Griekse denken en die van het zionisme? Welke zijn gevaarlijk voor de Kerk?
  7. Voor wie buigen de Joodse leiders van IsraŽl en voor wie niet? Waarom niet?
  8. Waarom noemt de Here leiders van de herstelde Staat IsraŽl en Jeruzalem leugenaars? Wat liegen zij over Jezus?
  9. Wat verwacht deze brief van christenen en Joden tijdens de herstelde Staat van IsraŽl?
  10. Wat zegt deze brief over de tijd wanneer dit alles zal gebeuren?

 

9          Openb. 3: 14 Ė 22. De lauwheid en de eindtijd
 

  1. Wat is het bijzondere van de stad Laodicea? Was dit toen gebruikelijk?
  2. Is er verschil in de plaats van de vrouw in het maatschappelijke verkeer en de kerkelijke ambten? Wat zegt de bijbel hierover bij monde van Paulus en Petrus?
  3. Is met het toelaten van de vrouw in de kerkelijke ambten de eis van onderdanigheid vervallen en onmogelijk? Waardoor dan?
  4. Heeft de vrouw in het ambt gevolgen voor de functie van de wet in de prediking?
  5. Wat is heet en koud zijn in verband met het kruis en de opstanding van Christus?
  6. Is de toestand in de gemeente van Laodicea toepasbaar op tegenwoordige kerken?
  7. Zal de Here in de eindtijd de lauwen aan hun lot overlaten? Wat doet Hij dan?
  8. Kunt u uitleggen hoe de zevende gemeente van Laodicea met de boekrol van de zeven zegels is verbonden?
  9. Heeft het toelaten van de vrouw tot de kerkelijke ambten invloed op het preken over de boekrol met de zeven zegels? Hoe dan?
  10. Is de emancipatie van de vrouw in de kerken een teken van lauwheid en de komst van de boekrol?

 

10        Openb. 3: 19 Ė 4 : 11. Gods wil en macht ; Kerk en IsraŽl.
 

  1. Welke voorwaarden uit de brief aan de engel van Laodicea worden in dit gezicht toegepast?
  2. Door wie en hoe worden de voorwaarden uit de bief aan Laodicea toegepast en met dit gezicht verbonden?
  3. Hoe is dit gezicht verbonden met de brief aan Laodicea en wat zegt deze verbinding over de oorzaak van de komende plagen?
  4. Is het uitgaan van bliksem en donderslagen uit de hemelse troon een oordeel voor de wereld, tuchtiging van de Kerk of beide? Hoe dan?
  5. Wie vertegenwoordigen de vier en twintig oudsten? Wat leert hun kleding?
  6. Wat vertegenwoordigen de vier dieren, het goede, het kwaad of beide?
  7. Is wat na dezen moet geschieden geheel voor en door de Kerk van de eindtijd? Waarom?
  8. Wat vinden de vier en twintig oudsten dan van Gods tuchtigingen van de Kerk?
  9. Waarom roepen de vier dieren telkens ďheiligĒ? En waarop duidt hun onrust?
  10. Heeft de tegenwoordige nood van de Kerk en IsraŽl mogelijk op dit gezicht betrekking? Waaruit blijkt dat?
     

11        Openb. 5: 1 Ė 14. Waarom Jezus op zich liet wachten
 

  1. Waarom weende Johannes langdurig, na de presentatie van de boekrol?
  2. Kunt u uitleggen waarom er eerst niemand gelijkwaardig was om de boekrol te openen en later wel? Wat is er veranderd?
  3. Is Jezus door zijn kruisdood van gelijke waarde als de boekrol, of is er meer nodig?
  4. Wat zegt het nieuwe gezang hierover? Denken de engelen, de heiligen en de andere schepselen precies eender?
  5. Is als een priester gewijd aan Jezus meer dan geloven in Hem? Wat is het meerdere?
  6. Voor wie is de inhoud van de boekrol bestemd, de Kerk, de wereld of beide? Waarom?.
  7. Welk belangrijk aspect ontbreekt er dan aan de prediking? Is dit al het geval?
  8. Is de functie van de boekrol om de mens zijn dodelijke schuld indachtig te maken, hem tot bekering en navolging te brengen of beide?
  9. In welke tijd heeft Gods Zoon de boekrol nodig voor het maken van priesters? Is die tijd volgens dit gezicht aan de prediking te herkennen? Hoe dan?
  10. Is de boekrol in handen van het Lam Gods, de Leeuw van Juda in de eindtijd bemoedigend? Waarom wel/niet?
     

12        Openb. 6: 1 Ė 5. Het rossige paard en het evangelie
 

  1. Op grond waarvan is het witte paard en de ruiter met de boog teken van de kruisverdiensten van Christus, belofte en eis?
  2. Is de boog hier een strijdwapen, teken van Gods verbond of beide? Waarom?
  3. Heeft de overwinning van de ruiter op het witte paard betrekking op de Kerk, IsraŽl of beide? Hoe dan?
  4. Waaruit blijkt dat de andere paarden ondergeschikt zijn aan de ruiter op het witte paard? Is dit ook te horen?
  5. Kan de ruiter met de boog de wetteloze mens van de eindtijd tot bekering brengen zonder de andere paarden? Waarom niet?
  6. Waarop duidt de rossige kleur van het tweede paard? Komt het wegnemen van de vrede door de godsdienst, de weg des heils of beide?
  7. Wanneer het bij beide paarden om de heilsweg van wet en evangelie gaat, wat zegt de verbreking van deze zegels dan van de prediking in de eindtijd?
  8. Zijn deze paarden volgens u tegenwoordig al bezig in onze wereld? Wat betekent dit voor de Kerk en IsraŽl? En voor u?
  9. Hebben deze paarden behalve met de Kerk ook met IsraŽl te maken? Hoe dan?
  10. Gaat het bij de strijd in het tegenwoordige IsraŽl om land of om de godsdienst?
     

13        Openb. 6: 1,2 en 5,6. Het juk en de man op het zwarte paard
 

  1. Mogen of moeten christenen nagaan en weten waaruit de ellende van de mens bestaat?
  2. Kan men de ellende van de mens zonder ďGods wetĒ ontdekken en onderscheiden?
  3. Welke zijn de gevolgen voor de lonen, indien de tarwe en gerst, die tot het noodzakelijke bestaan behoren, twintigmaal duurder worden dan normaal?
  4. Behoren olie en wijn tot de noodzakelijke bestaansvoorwaarden of tot de aangenaamste dingen van het leven? Wat zegt de bijbel hierover?
  5. Wat is de functie van een juk en welke twee grootheden worden hier door een juk verbonden? Welke invloed heeft het juk op de prijs van beide bij veranderingen?
  6. Hoe zal het juk het gebruik van de olie en wijn voor iedereen toegankelijk maken?
  7. Zijn de dure tegenwoordige noodzakelijke bestaansvoorwaarden als gevolg van het sociale stelsel toe te passen op deze profetie over de dure tarwe en gerst? Hoe dan?
  8. Wat betekent de zwarte kleur van het zwarte paard hier? Is het juist dit zwarte paard met zijn berijder toe te passen op de ziekte Aids? Is dit tot heil, ten dode of beide?
  9. Wat betekent de opkomst van het zwarte paard tegelijk met het witte voor de wet?
  10. Hoe en waarmee kan dit paard en zijn ruiter het witte paard en zijn berijder dienen?
     

14        Openb. 6: 1,2 en 7,8. Het vale paard, dood en dodenrijk
 

  1. Wat wordt met het vierde paard bedoeld en wie met zijn berijders?
  2. Zit de angel van de verleidende macht bij dit paard, in de macht van de dood, de vijandschap of beide?
  3. Is de hier genoemde vijandschap dezelfde waarover God sprak in het paradijs, en die Jezus aan het kruis bracht?
  4. Is het mogelijk een aanval van dit paard te weerstaan, zonder Jezus en die gekruisigd er bij te betrekken?
  5. Is het juist abortus Provocatus en het bewust besmetten van de ander met het H.I.V. virus bij het vierde paard te betrekken? Is dit confronterend, bemoedigend of beide?
  6. Waaruit bestaan de ďsporenĒ, die het vierde paard van de wederkomst nalaat?
  7. Zal de Here dit paard gebruiken tot waakzaamheid, tot scheiding der geesten of beide?
  8. Is iedereen anti Christus, die door dit paard zijn eigen wreker wordt? Motiveer uw antwoord?
  9. Is de vijandschap door het vale paard en zijn ruiters dezelfde als de verdrukking waardoor God de dagen zal inkorten? Wat is hierbij zo gevaarlijk voor christenen?
  10. Zijn er al sporenĒ aan te wijzen van het vale paard? En hoe is dit paard dienstbaar aan het witte paard met de boog?
     

15        Openb. 6: 9 Ė 12. Het tijdstip van het zesde zegel
 

  1. Wat wordt hier bedoeld met Gods wraak en voor wie is deze bestemd?
  2. Waaruit blijkt dat de vier voorafgaande zegels niet Gods wraak is?
  3. Is de komst van Christus wraak afhankelijk van de vragende martelaren, of van bepaalde predikers? Of beide?
  4. Tot hoelang wordt het zesde zegel van Gods wraak uitgesteld? Wat blijkt daaruit?
  5. Indien Gods wraak komt, totdat de laatste prediker over Gods heilige toorn gedood wordt, wie is dan verantwoordelijk, elke predikant, Christus, of beide?
  6. Hebben de vier zegels met paarden invloed op predikers bij hun tekstkeus?
  7. Wat invloed heeft het uitgestelde zegel op het zevende? Welke komt eerst?
  8. Heeft uitstel van het zesde zegel de bedoeling om Gods genade te tonen, de verantwoordelijkheid van de gelovige bij het getuigen, of beide?
  9. Wat is de troost en welke de waarschuwing van dit zegel voor de Kerk?
     

16        Openb. 6: 12 Ė 7: 4. Uitstel van het zesde zegel
 

  1. Wat gebeurt er bij het zesde zegel? Waarvan is de komst afhankelijk?
  2. Zijn de predikers, die gedood worden om hun preken, extremisten? Waarom niet/wel?
  3. Heeft hun dood of monddood maken gevolgen voor de prediking bij anderen? Welke?
  4. Is de bedoelde ťťnzijdige prediking tegenwoordig al waarneembaar?
  5. Wie zijn de beangste mensen, christenen, ongelovigen of beide?
  6. Waarom hoort men hier niemand de naam des Heren aanroepen, zoals op Pinksteren is voorzegd? Waar zijn de gelovigen dan gebleven?
  7. Komt de ďopnameĒ hier overeen met de woorden van Jezus over de eindtijd?
  8. Waardoor wordt in tegenstelling tot de andere zegels het zesde wereldwijd bekend? Wat zegt dit van de andere zegels?
  9. Is de ďopnameĒ bemoedigend voor gelovigen? En spelen de bazuinen van het zevende zegel een rol bij de opname? Welke?
  10. Is kennis van de andere zegels en bazuinen noodzakelijk voor christenen die behouden worden? Waarom?
     

17        Openb. 7: 1 Ė 10. Orkanen door engelen of broeikaseffect.
 

  1. Bij welk zegel zullen de vier engelen die weer en wind beheersen, worden ingezet tegen de aarde, de zee en de bomen?
  2. Hoe kunnen we zeker zijn van Gods betrokkenheid bij de verwoestende winden van dit zegel?
  3. Gaat het met de 144.000 om het getal, de verzegeling, of beide?
  4. Wat zeggen de namen en plaats van de verzegelden van Gods bedoeling met het zevende zegel?
  5. Voor wie is de verzegeling bestemd, voor de Joden, christenen of beide? Waaruit blijkt  dat?
  6. Zijn de vier engelen bij elk van de zeven bazuinen van het zevende zegel betrokken?
  7. Kan de tegenwoordige mens zonder kennis en geloof in deze profetie, Gods onderwijzende hand zien in verwoestingen door weer en wind?
  8. Is er al iets van het zevende zegel te merken? Welke boodschap bevat dit zegel?
  9. Niet alle stammen worden genoemd. Welke ontbreekt en waarom?
  10. Heeft het ontbreken van de stam Dan IsraŽl en de Kerk iets te zeggen? Wat dan?
  11. Kan men zeker weten of de temperatuursstijging komt door broeikaseffect, of door Gods hand? Hoe dan?
     

18        Openb. 7: 9 Ė 17.  De grote verdrukking en Christus
 

  1. Waarom is en wordt er veel over de ontelbare schare gepreekt. Is dit terecht? Waarom niet/wel?
  2. Wat is volgens het antwoord van de oudste de achtergrond van deze schare?
  3. Wat is de grote verdrukking in dit verband? Is deze letterlijk, geestelijk of beide?
  4. Waarin vond en vindt de ontelbare schare troost en bemoediging? Waaruit blijkt dit?
  5. Welke uitwerking hebben de bazuinen van het zevende zegel in de eindtijd op de uitverkorenen? Is dit vandaag in de kerken anders? Is dit terecht?
  6. Is er in de kerken tegenwoordig belangstelling voor de toenemende orkanen, regen en droogte in de wereld? Kunt u dit verklaren?
  7. Hoe denkt deze grote schare over het zevende zegel? Waaruit blijkt dat?
  8. Geeft het antwoord van de oudste aanleiding anders met weer en winden om te gaan? Hoe?
  9. Worden de genoemde tranen gevloeid over het leed van anderen, over de eigen zonde en schuld of beide?
  10. Bestaat het evangelie uit zonde en genade of belofte en blijheid? Wat zegt de bijbel?
     

19        Openb. 8: 1 Ė 13.  Altaarvuur, bazuinen en de winden
 

  1. Wat betekent een half uur stilte in de hemel en waarvoor dient dit?
  2. Wie komen door de bazuinen in actie en is dit voor of na het zesde zegel?
  3. Indien reukwerk de gebeden toegankelijk voor God maken, waarom is hier dan zoveel reukwerk nodig? Wat is er dan mis met het geloof van de heiligen?
  4. Wat betekent het dat een engel na de gebeden altaarvuur op de aarde werpt? En wat wil het zeggen dat hij dit doet met een gouden wierookvat?
  5. Wat gebeurt er bij het blazen van de eerste bazuin? Wie is de auteur van de brandende aarde, God, de mens of beide? Wat betekent vermengd met bloed in dit verband?
  6. Waarin verschilt de tweede bazuin met de eerste? Wat weten we van de voorwaarden, waardoor orkanen kunnen ontstaan? Welke rol speelt de wind hierbij?
  7. Zijn er al sporen zichtbaar van de eerste drie bazuinen? Waar, sinds wanneer en hoe?
  8. Waarin verschilt de vierde bazuin met de eerste? Zijn daar al sporen van te zien?
  9. Wie zijn de zeven engelen? En wat willen ze met hun bazuinen bereiken?
  10. Hebben wij tegenwoordig het licht van de bazuinen als teken van Gods toorn nodig? Waarom wel/niet? Wat zegt dit over de tijd waarin wij leven?
     

20        Openb. 9: 1 Ė 12. Het eerste wee en IsraŽl
 

  1. Wie wordt bedoeld met de engel (ster), die uit de hemel is gevallen? Wat doet deze?
  2. Wat is hier het zegel van God? Kent u een volk dat het zegel van God niet op het voorhoofd heeft en toch Gods oogappel is?
  3. Waarom kan men het eerste wee niet tussen Pinksteren en 1967 op IsraŽl toepassen? Wat betekent het herstel van de staat IsraŽl in 1967 voor dit wee?
  4. Kan men zeggen dat de mensen in IsraŽl bij de aanvallen met Scudraketten in de Golfoorlog de dood zochten? Hoe deden ze dat en waarom?
  5. Zijn er voldoende redenen de vijfde bazuin met de sprinkhanen toe te passen op de aanvallen met Scuds op IsraŽl in de eerste Golfoorlog? Motiveer uw antwoord.
  6. Is de enorme verduistering en angst door de Scuds het werk van de Satan, van Gods Zoon of beide? Verklaar uw antwoord?
  7. Kunt u verklaren waarom de 39 Scuds geen slachtoffers onder de Joden gaf, terwijl zij in met plastic afgeplakte huizen verbleven? Wat betekent die bewaring voor hen?
  8. Hoelang heeft hun angst geduurd en komt die overeen met dit Schriftwoord?
  9. Bevestigt hun wonderlijke bewaring dat de vijfde bazuin meer is dan verduistering en angst? Hoe is dit tegelijk een ernstige waarschuwing van Gods Zoon? Met welk doel?
  10. Heeft dit werk van de Satan alleen betekenis voor IsraŽl of ook voor de Kerk? Welke dan?
     

21        Openb. 9: 12 Ė 20. Als de sterren vallen
 

  1. Wie wordt door de zesde bazuin tot actie geroepen en hoe reageert deze?
  2. Welke is de functie en betekenis van de horens van het altaar voor de heilsweg?
  3. Indien de horens van het altaar, dat dient als bemiddelingswerktuig tot het leven in God, zich keert tegen het leven, dan kan dat maar ťťn reden hebben. Welke?
  4. Als engelen gebonden zijn wegens het schenden van de tempel, waarom zitten er dan vier engelen vast?
  5. De reden van het losmaken van de vier engelen is omgekeerd dezelfde als die van hun vastbinding. De vraag is waarom ze zijn gebonden bij de rivier de Eufraat?
  6. Zegt de rivier de Eufraat in dit verband welke volken de tempel hebben geschonden?
  7.  Is er een duidelijke overeenkomst tussen de drie tekenen van de rossige, blauwe en zwavelkleurige harnassen en de drieŽrlei uitwerking van kernwapens? Wat wil dit zeggen over de dood van een derde van de mensheid?
  8. Wat betekent hier dat de paarden met hun staarten schade toe brengen?
  9. Kunt u verklaren waarom niemand zich zal bekeren, ondanks bekendheid door dit gezicht van de plaats, volken en wapens?
  10. Wat is de relatie van deze catastrofe met Gods gerechtigheid en goedertierenheid in het leven en sterven van Gods Zoon?
  11. Staat het enorme aantal doden in verhouding tot de kruisdood van het Lam Gods? Motiveer uw antwoord.
  12. Betekent de reactie van geen bekering, dat de tijd dan rijp is voor het oordeel? Licht dit toe.
  13. Kan de zesde bazuin een laatste roepstem worden genoemd, als deze dezelfde is als het ďuitgesteldeĒ zesde zegel?
     

22        Openb. 10: 1 Ė 11. De bazuinen zijn de laatste plagen
 

  1. Welke bazuin is aan de beurt en waarin komt de sterke engel overeen met de zesde bazuin?
  2. Waarop duidt het boekje in zijn hand en wat betekent dat het ďgeopendĒ is?
  3. Waarom plaatst de engel voeten als zuilen van vuur op de zee en de aarde? Is dit hetzelfde vuur waardoor een derde van de mensen zullen worden gedood?
  4. Wie zijn de zeven donderslagen en welke betekenis hebben hun beamen op het luide roepen van de sterke engel?
  5. Waarom is ook nog nodig te zweren dat het zesde bazuin de wraak des Heren is? En wat zegt dit over de laatste bazuin?
  6. Smaakte het boekje bitter door de letterlijke of de geestelijke zin van de boekrol?
  7. Waarom moest Johannes opnieuw profeteren en waarin verschilt dit met de voorafgaande profetieŽn?
  8. Heeft het opnieuw profeteren alleen gevolgen voor het verstaan van de rest of voor het hele boek?
  9. Kan men zonder ďbetrokkenheidĒ het verband vinden tussen de zesde bazuin en het getuigenis van Jezus Christus? Waarom niet?
  10. Is het bevel aan Johannes om opnieuw te profeteren een bewijs dat dit boekje bestemd is voor IsraŽl en de Kerk? Kunt u dat uitleggen?
  11. Is de reden, waarom Johannes opnieuw moet profeteren, tegelijk de grondslag van de ťťnheid van de Openbaring van Johannes? Hoe dan?
  12. Is kennisneming van de rest van dit boek nog nodig als er als ďbetrokkeneĒ en met breder gezichtsveld over dezelfde boekrol wordt gesproken? Waarvoor dan?

 

Tweede niet chronologische deel ( het opnieuw profeteren uit het geopende boekje)

 

23        Openb. 10:11 Ė 11:15. Het tweede wee en de Antichrist.
 

  1. Wat moet Johannes meten, het uiterlijke of het innerlijke van degene die offert? Hebben christenen met dit meten te maken? Hoe dan?
  2. Waarvan moest een offeraar zich bewust zijn? Welke rol speelt de wet en het offer daarbij?
  3. Als het om het innerlijke bewustzijn gaat, waarom is er dan naast de wet ook nog het offer als tweede getuige nodig?
  4. Voor wie en waardoor werden de twee getuigen tot een probleem, toen Jezus was gekruisigd en opgestaan? Voor wie kwam er toen een oplossing en voor wie niet?
  5. Waarom mocht Johannes de Voorhof niet meten en waarom worden de ďonbekeerdeĒ Joden hier ďheidenenĒ genoemd?
  6. Wie zullen in de eindtijd de heilige stad ďvertredenĒ, de bekeerde Joden, de onbekeerde Joden of beide? Waaruit blijkt dit en wanneer zal dit plaatsvinden?
  7. Wat leert in dit verband de engel GabriŽl in DaniŽl 9 en wat is vertreden?
  8. Mag men verhoring bij de westelijke (klaag)muur van de tempel verwachten, terwijl Jezus buiten de stadsmuren is gekruisigd?
  9. Hoelang zijn de twee getuigen met een zak bekleed en wat betekent dit?
  10. Hoe verliezen de twee getuigen hun macht, door het verbreken van hun ťťnheid, het veruitwendigen van de heilsweg door geen wet en offer maar alleen vergeving te leren, of beide?
  11. Waarom zullen de tegenstanders van de twee getuigen zich verheugen, wanneer de getuigen een lijk zijn?
  12. Is er verschil tussen wetteloosheid of vermeent heil zonder berouw en bekering? Waarom zijn beide tegen (anti) Christus?
  13. Is het tweede wee al gaande in de kerken? Waarom wordt dit de antichrist genoemd?
  14. Waardoor wordt hier het aanzien van de twee getuigen hersteld? Wanneer?
  15. Bevat deze onthulling troost voor gelovigen? Welke gelovigen zijn dit dan?
     

24        Openb. 11: 13 Ė 19. Het oordeel en de wet
 

  1. Aanbidden de oudsten de Here omdat Hij dan Koning is over de wereld, of om gedane werken? Welke zijn die werken en wat is Gods aandeel?
  2. Wat zegt de hemel hier met het tonen van de ark? Wat is de functie van de wet in de heilsweg en bij het oordeel?
  3. Maakt het wat uit voor het heil kennis van de wet te nemen of de wet te doen? Waarom wel/niet?
  4. Wie zijn de mensen die de naam van God vrezen? Worden dezen behouden? Waarom wel/niet? Waarom riepen zij de naam des Heren niet aan?
  5. Is de zevende bazuin hier gericht of een genadige getuige?  En de andere zegels en bazuinen dan?
  6. Waarin verschilt de zevende bazuin van het zevende zegel met de anderen?
  7. Worden de volken toornig door de bazuinen, de wet of beide? Waardoor?
  8. Is deze toorn binnen of buiten de Kerk? Hoe is dit gevaarlijk voor de gelovigen?
  9. Begint de benoemde toorn tegenwoordig al gestalte te krijgen? Hoe dan?
  10. Biedt de plaats van de wet in de heilsweg en bij het oordeel troost of is het een waarschuwing? Kunt u dit toelichten?

 

25        Openb. 12: 1 Ė 13. Satan strijdt tegen Jezus
 

  1. Wie zijn de koppen met kronen aan de draak? Zijn die ontstaan door de Satan, door de betreffende koningen, of beide?
  2. Wat zegt het over Gods heil, nu de pogingen van de Satan om de geboorte van het Kind Jezus te voorkomen, zijn mislukt?
  3. Zegt dit ook iets over de macht van de Satan, die van machthebbers, of beide?
  4. Kunt u de zeven koppen met kronen in de Bijbel aanwijzen? Komt Satan daarbij ter sprake?
  5. Waarmee wist de Satan deze koningen voor zijn zaak te winnen, door de wereldse begeerten, of door de vloek van de aarde, of beide?
  6. Heeft de Satan de strijd tegen Jezus geboorte verloren door Gods ingrijpen, door de komst en werking van het heil bij mensen, of door beide?
  7. Welke rol en functie speelde het heil bij de zeven verloren pogingen van de Satan?
  8. Waarom wordt het wee u over de aarde en de zee uitgesproken? Is dit omdat de Satan de geestelijke zin van de aarde en de zee dan zal benutten? Of is het anders?
  9. Waren de mensen die in geloof streden tegen de zeven extremen of gewone mensen?
  10. Zijn deze geloofshelden als voorbeeld voor de eindstrijd tegen de Satan, of het heil?
     

26        Openb. 12: 6 Ė 13: 3. Satan bij de zee, de begeerten
 

  1. Wanneer is de draak op de aarde geworpen en waardoor?
  2. Gaat het hier bij de dreiging door de draak en de woestijn als uitweg om materiele of geestelijke wapens? Welke wapens kreeg IsraŽl bij de SinaÔ en de vurige slangen?
  3. Nu het hier om geestelijke wapens gaat, moet men ook ďwoestijnĒ evenals ďzeeĒ in geestelijke zin verstaan. Wat betekenen deze dan?
  4. Daar een Arend niet ťťn vleugel kan missen, wat zegt dit beeld dan over de ťťnheid van wet en evangelie?
  5. Hoe kan de ďvervloekte aardeĒ een middel of rem zijn tegen de begeerten (zeewater)?
  6. Op wie werd de Satan toornig en welke rol speelt de zee in geestelijke zin hierbij?
  7. Wat kan men leren van Satans nieuwe standplaats bij de wereldse begeerten?
  8. Hoe heeft zijn standplaats te maken met wet en bekering? Waarom is dit belangrijk?
  9. Wanneer hebben Romeinse keizers de Kerk bedreigd? Hoe wijst dit op het hier genoemde beest met de tien horens met kronen?
  10. Wie zijn dan de zeven koppen van hetzelfde beest, waarmee de Satan de Kerk na Pinksteren heeft bestreden? Waardoor werd dit beest toen dodelijk verwond?
  11. Hebben christenen tegenwoordig nog rekening te houden met de vaste plaats van de Satan bij de zee, de begeerten? Hoe dan?
     

27        Openb. 13: 1 Ė 11. Zonder wet herstelt het beest
 

  1. Door wie wordt het beest uit de ďzeeĒ toegerust en tegen wie is dit?
  2. Daar dit een geestelijke strijd is, wat is dan de geestelijke zin van ďde zeeĒ hier?
  3. Kent de Kerk na Pinksteren vervolgingen door tien andere machthebbers, dan de tien keizers van het oude Romeinse rijk? Waar zal het beest dan herstellen?
  4. Zal de Satan na zeven mislukte pogingen opnieuw proberen de Kerk de godheid van Christus te laten loochenen? Kunt u uitleggen hoe het beest dan zal genezen?
  5. Daar de Kerk door het beest met de horens en koppen in het Romeinse wereldrijk is aangevallen in een geestelijke strijd, kan er dan sprake zijn van herstel buiten Europa?
  6. Betekent herstel van het beest ook herstel van het Romeinse rijk in Europa?
  7. De Satan zal het beest in de eindtijd door lastering van God, zijn Naam en zijn tent doen herstellen. Wat wordt hiermee bedoeld?
  8. Wat is de functie van de wet in de heilsweg? Hoe zal de Satan die functie door het beest weten te veranderen en uit te schakelen?
  9. Wie zal bedoeld beest een mond geven, de Kerk of de wereld? Hoe gebeurt dit?
  10. Wat betekent dit voor de eenheid van wet en evangelie? Wat voor de prediking?
  11. Hoe leert het getuigenis van Jezus dat de eigen ambities, eer en roem altijd ondergeschikt moeten zijn aan Gods eer? Kunt u dit toelichten?
  12. Wat is in dit verband de volharding der heiligen? En wie zijn dezen?
     

28        Openb. 13: 11 Ė 18.  666, het getal van de Antichrist?
 

  1. Wat is in dit verband de geestelijke betekenis van de aarde?
  2. Is er verband tussen de vloek van de vervloekte aarde en het tweede beest uit de aarde? Welke is dat?
  3. Hoe is het beest dat gelijkt op het Lam te onderscheiden van Jezus Christus?
  4. Wat wordt bedoeld met het beest uit de aarde dat sprak als de draak? Wat is dit?
  5. Waarin verschilt het tweede beest uit de aarde met het eerste uit de zee?
  6. In welk werelddeel zal het tweede beest opkomen? Kunt u dat motiveren?
  7. Wanneer en door welk volk is het tweede beest in Europa geÔntroduceerd?
  8. Wat is het beeld van het beest en waardoor kan het spreken?
  9. Wat wil de Satan met het tweede beest bereiken? Zijn daarvan al sporen?
  10. Waaraan is het merkteken van het beest te herkennen en wie zullen het dragen?
  11. Heeft kopen en verkopen altijd met het merkteken van het beest te maken? Wanneer wel/niet?
  12. Kunt u het getal 666 nu ook berekenen en toepassen? Welk merkteken draagt u?

NAAR BOVEN
 

   

START  Copyright © 1998 R.H. Keegstra; meer informatie:  ds.r.h.keegstra@planet.nl  Laatst gewijzigd: 18-09-2017