Laatste nieuws
Start Auteur DaniŽl inleiding Bibliografie Laatste nieuws Openbaring v Johannes Gesprekspunten Links

 Sporen van de wederkomst van Jezus Christus   

Vorige
Omhoog
Volgende


 

Wee u IsraŽl en Kerk

Openbaring 10:11-11:15.

 

Tekst:   ďHet tweede wee is voorbijgegaan: zie het derde wee komt snelĒ. Openbaring 11:14.

 

Het eerste wat Johannes bij het profeteren aan de orde moet stellen is de dood des Heren. Want hierop duidt het altaar met aanbiddende offeraars in de tempel van Jeruzalem. Het meten van het altaar en die daarin aanbidden stellen beide het lijden en sterven van Gods Zoon in het middelpunt.
Daar Johannes hiervoor een meetlat kreeg, geeft te kennen dat de dood des Heren het fundament is van de heilsweg. Zijn meetwerk onderstreept het feit dat aanbidders allereerst in het lijden en sterven van Jezus hun persoonlijke veroordeling moeten ontdekken en belijden, zodat zij de Gekruisigde ootmoedig kunnen smeken om vergeving.

Hierom moet Johannes iedereen die in de voorhof vertoeft, uitsluiten. Letterlijk vertaald staat er dat hij heidenen die de voorhof verachtelijk vertreden moet buiten werpen. Dat betekent, iedereen die in de dood des Heren niet zijn veroordeling ziet en belijdt, mag hij niet meetellen.
Deze begrenzing van de heilsweg na Pinksteren, toen het evangelie ook aan de heidenen werd verkondigd, is de hemelse toetssteen bij de toelating van heidenen tot de Kerk.

Het toetreden tot de Kerk is aangenaam en aantrekkelijk, wanneer Jezus als de Opgestane en Verzoener van onze zonden wordt gepredikt. Maar het wordt anders, als iedereen persoonlijk in het lijden en sterven van Gods Zoon eerst zijn persoonlijke veroordeling moet belijden:

 ďGij moet wederom profeteren over vele natiŽn en volken en talen en koningen. En mij werd een riet gegeven, een staf gelijk, met de woorden: Sta op en meet de tempel Gods en het altaar en hen die daarin aanbidden. Maar laat de buitenste voorhof van de tempel erbuiten, en meet die niet; want hij is aan de heidenen gegeven; en zij zullen de heilige stad vertreden, twee en veertig maanden lang.Ē

Het meetwerk van Johannes en de uitsluiting van onboetvaardige gelovigen sluit aan bij de twee getuigen, die de Here na Pinksteren 1260 dagen met een zak bekleed laat prediken.
Wie de twee getuigen zijn, leerde Jezus onder meer in de geschiedenis van de rijke man en de arme Lazarus. De rijke die Abraham vanuit de hel vroeg Lazarus naar zijn vijf broers te zenden, kreeg tot tweemaal toe van Abraham te horen dat zijn broers Mozes en de Profeten als getuigen van de Messias hebben. Daar moesten zij het mee doen. De twee getuigen zijn daarom zowel in het Oude als het Nieuwe Testament Mozes en de Profeten.

Daar een zak in het Oude en Nieuwe Testament teken is van oordeel, rouw en boete, sluiten de twee getuigen over de lijdende Jezus aan bij de prediking van Jezus en de Apostelen. Een zak als teken van oordeel en boete, toont dat elke hoorder in de dood van Jezus allereerst zijn eigen veroordeling moet ontdekken en belijden. Zo predikte ook Jezus.
Het eerste wat Jezus na zijn opstanding de EmmaŁsgangers vanuit Mozes en de Profeten  eerde ging over zijn dood: "moest de Christus niet lijden om zijn heerlijkheid in te gaan".

De twee getuigen verklaren enerzijds in de dood des Heren dat elk mens de dood schuldig is, anderzijds leert de dood van Jezus vergeving door zijn bloed voor elke boetvaardige gelovige.

Dientengevolge zijn de twee olijven en de kandelaren hier Gods Geest en Gods woord. Dat hier in tegenstelling tot Zacharia 4 sprake is van twee kandelaren, komt omdat na  Pinksteren behalve het volk IsraŽl de Kerk als getuige in de wereld is gaan prediken:

 ď En Ik zal mijn twee getuigen last geven om met een zak bekleed te profeteren, twaalfhonderd zestig dagen lang. Dit zijn de twee olijfbomen en de twee kandelaren, die voor het aangezicht van de Here der aarde staanĒ.

De kracht waarmee de twee getuigen twaalfhonderd zestig dagen optreden, blijkt uit de aanpak van hun tegenstanders. De vijanden van de twee getuigen worden niet met liefdesverhaaltjes aangesproken, en evenmin weggezet alsof zij niet uitverkoren zijn.
Neen, wie de getuigen wil beschadigen worden door vurige Gods woorden verteerd.
De tegenstanders van Elia werden letterlijk door vuur gedood, toen ze hem als boeteprediker en verdediger van Gods wet wilden uitschakelen. Op zijn woord kwam er tweemaal vuur uit de hemel, dat twee oversten met hun vijftig soldaten heeft gedood: Zie II koningen 1.

ďEn indien iemand deze twee getuigen schade wil toebrengen, komt er vuur uit hun mond en het verslindt hun vijandenĒ.

Toen IsraŽl de boeken van Mozes verachtte kwam er op het woord van Elia 3Ĺ jaar droogte:

ďzodat er geen regen valt gedurende de dagen van hun profeterenĒ.

En zodra Farao Gods woord en zijn eis verachtte, door te weigeren het volk IsraŽl te laten offeren in de woestijn, veranderde Mozes op Gods bevel het water van de Nijl in bloed.
Mozes en Elia leerden aan het Joodse volk oordeel en vergeving door de dood des Heren:

ďen zij hebben macht over de wateren, om die in bloed te veranderenĒ

De twee getuigen die tot het einde van de laatste halve jaarweek met zakken bekleed zijn, zullen echter door de verleidende macht van het beest uit de afgrond kapot worden gemaakt. Onder invloed van het beest uit de afgrond zal de Kerk zelf de twee getuigen, die voorheen altijd krachtig aandrongen tot verootmoediging en geloof, tot een dode letter of lijk maken. Dit gebeurt in de tijd als de twee getuigen in de heilige stad als "lijken" op straat liggen. Op straat liggen is in figuurlijke zin ďte grabbel gegooidĒ, zonder waarde en gezag. Dit zal de Satan door het beest de laatste 3Ĺ dag van meergenoemde 1260 dagen weten te bewerken.

Voor de toepassing van de getallen 42 en 1260, moet men te rade gaan bij GabriŽl in Daniťl 9. En daar GabriŽl tijdens het avondoffer verscheen, staat Jezus hierbij in het middelpunt.
Maar de geschiedenis maakte de woorden van GabriŽl tot 70 jaarweken. Want de tweede tempel in Jeruzalem is daadwerkelijk na de ballingschap in 7 x 7 oftewel in 49 jaren herbouwd.
Ook heerste het Joodse volk vanaf de herbouw van de tweede tempel over Jeruzalem tot de overdracht van de macht aan het Romeinse rijk in het jaar 62 voor Christus. Dat is letterlijk  (7 x 7 = 49) en (7 x 62 = 434) 483 jaren na ďhet woordĒ om Jeruzalem te herbouwen.
De tweede tempel is met plein en gracht tot de komst van Jezus, als de gezalfde gebleven. Ook is Jezus door de Romein Pontius Pilatus buiten de muren van Jeruzalem gekruisigd.

Volgens GabriŽl vindt het aftellen van de zeventig weken pas voortgang, als het Joodse volk de macht heeft over de tempel in Jeruzalem. Het tellen van de weken dat in het eerste jaar van Kores, door het mandaat begon, bleef zolang de Joden over de tempel en Jeruzalem regeerden. Dat wil zeggen het aftellen van de laatste halve jaarweek van de zeventig weken begint, zodra de Joodse Staat weer de macht heeft over het heilige deel van Jeruzalem.
Na de dood van Christus waren er 69 weken van de 70 voorbij. Er bleef nog ťťn week over.
Toen de Joden van 67-70 na Christus in opstand kwamen tegen de Romeinen, en de macht over Jeruzalem door geweld teruggegrepen hadden, begon de laatste jaarweek af te tellen. Daar de opstand van de Joden al na drie jaren werd bedwongen, telde alleen de eerste helft van de laatste jaarweek af. Dit aftellen van de eerste halve jaarweek is door GabriŽl genoemd.

Doch met het einde van de tempel zijn de Joden de macht over Jeruzalem bijna 2000 jaar kwijtgeraakt. Al die tijd is de laatste halve jaarweek van de zeventig weken opgeschort.

Naar dezelfde woorden van GabriŽl kunnen de Joden de twee getuigen van Jezus in de heilige stad pas doden, als zij niet alleen in Jeruzalem wonen, maar daar ook over regeren.
Welnu, ofschoon de Joodse bevolking in Palestina in begin van de 19e eeuw nog niets was, wonen er sedert de erkenning van de Staat IsraŽl in 1948 in onze dagen 6,4 miljoen Joden.
Doch hoewel IsraŽl in de zes daagse oorlog in 1967 het heilige deel van Jeruzalem veroverde, is de heilige stad pas in 1980 per wet geannexeerd. Want daar IsraŽl heden een democratisch staatsbestel heeft, dient de macht over het heilige deel van Jeruzalem op democratische wijze door het Joodse volk worden teruggewonnen.

Welaan, in 1980 heeft de Knesset, het democratisch gekozen IsraŽlische parlement, in een wet vastgelegd dat Jeruzalem de ďongedeeldeĒ hoofdstad is van de staat IsraŽl. Door die wet is de regeermacht van het Joodse volk over het heilige deel van Jeruzalem officieel hersteld. Zodat in 1980 de aftelling van de laatste halve jaarweek van de zeventig weken is begonnen.
Toen konden de Joodse inwoners van de heilige stad ook de twee getuigen over Jezus doden. Want de wet op terugkeer, erkent een Jood, die gedoopt is in de naam van Jezus, niet als Jood. Die wet is het bewijs dat de Joden de twee getuigen in 1980 in de heilige stad hebben gedood.

Maar in welke kerk worden de twee getuigen Mozes en de Profeten met een zak bekleed nog gepredikt, zoals Johannes met zijn meetwerk aanduidt. Waar wordt nog gepredikt dat de dood des Heren allereerst de dodelijke schuld en veroordeling van ieder mens bekrachtigt.
Welnu, dat is nou precies wat volgens dit gezicht het beest uit de afgrond de laatste 3Ĺ dag in de heilige stad en de kerken zal weten te bereiken. Daarom geldt voor bijna alle kerken hetzelfde als de Joden in Jeruzalem; beide hebben de twee getuigen van Jezus reeds gedood. Want wanneer de twee getuigen lijken zijn, hebben die behalve IsraŽl ook de Kerk veranderd:

ďEn hun lijk zal liggen op de straat der grote stad, die geestelijk genaamd wordt Sodom en Egypte, alwaar ook hun Here gekruisigd werd.
En wanneer zij hun getuigenissen zullen voleindigd hebben, zal het beest, dat uit de afgrond opkomt, hun den oorlog aandoen en het zal hen overwinnen en hen dodenĒ.

Daarentegen zullen zij niet toestaan, dat de lijken van twee getuigen die van Jezus getuigen, door een begrafenis in de vergetelheid zullen geraken, zo onthult dit gezicht over hen.

En de wereld is heden getuige van de uitkomst van de woorden van dit gezicht. Want de lijken van de twee getuigen over Jezus zijn in de heilige stad niet begraven. En dat wordt verhindert door christenen. Christenen uit alle volken die als toeristen de heilige stad jaarlijks bezoeken, maken door hun komst dat Joden de getuigen van Jezus niet kunnen begraven en vergeten. Door de christelijke toeristen is het voor de inwoners van de heilige stad niet mogelijk de getuigen van Jezus weg te moffelen. Sterker nog, door de jaarlijkse toestroom van toeristen naar de heilige stad, worden de teruggekeerde Joden in Jeruzalem telkens herinnert aan Jezus.

Verder waait er in alle kerken een andere geest dan verootmoediging over de dood des Heren. Zodat de meeste toeristen evenmin in de Via Dolorosa hun eigen verlorenheid en schuld zien.

 ďen zij laten niet toe dat hun lijken in een graf worden bijgezetĒ.

Nu de twee getuigen lijken zijn, en men zwijgt over de dood van Jezus als teken van de eigen veroordeling, is er vreugde. Vreugde over het evangelie zonder oordeel. In de plaats van ootmoedigheid en intens berouw door de eeuwige gevolgen van de zondeval, welke Jezus door zijn dood bekrachtigt, is er vreugde over zijn dood! In plaats van smeken om vergeving, wordt er "dank U" tot Jezus geroepen, alsof door zijn Via Dolorosa het oordeel verdwenen is:

 ďEn zij, die op de aarde wonen, zijn blijde en verheugt over hen en zullen elkander geschenken zenden, omdat deze twee profeten hen, die op de aarde wonen, gepijnigd haddenĒ.

Maar met de uitschakeling van de twee getuigen is ongemerkt het tweede wee werkelijkheid. Want de overwinning van het beest van de twee getuigen van Jezus, is tevens het tweede wee.
Christen toeristen bewijzen ongemerkt, dat het gezicht over het tweede wee al is gekomen!

Deze profetie is daarom een enorme waarschuwing voor iedereen die behouden wil worden:

ďHet tweede wee is voorbijgegaan; zie het derde wee komt snelĒ!

 

NAAR BOVEN

 

 


De gigantische catastrofe van de zondvloed is tegelijk een afschaduwing van het laatste oordeel.
Bron: www.imagebank.com
Behalve verbondsteken is de regenboog
teken van de zondvloed.

De dood
van Jezus
klaagt
ieder
mens
aan

 

 

 

 


 

 


 

De wet is de eerste getuige en aanklager van ieder mens.
Bron: Foto's uit synagoge
IsraŽl
De wet getuigt tegen de mens

.

De dood
van Jezus
bewijst
mijn en uw verlorenheid

 

 

 

 

 




Het offerplaats van het altaar is 6 meter hoog, zodat elke bidder in de tempel omhoog moet kijken als bij de koperen slang in de woestijn.
Bron: Eigen ontwerp.
Het offer op het altaar is een
schaduw van het Lam Gods.

Niet de
Klaagmuur
maar
Golgotha
bracht
vergeving

 


 

 

 

 




 


Behalve dat Jezus de eerste getuige, de wet heeft gehouden, bracht Hij als het Lam Gods het offer tot verzoening voor iederen, die Hem in geloof aanbidt.
Bron: Historie der Martelaren
Jezus Christus op weg  naar Golgotha

Christus
gaf
zijn leven
voor
zondaren

 

 

 

 

 


 

 


 

Jezus is de enige uitweg, voor elke zondaar, die Hem in berouw en bekering aanbidt en navolgt.
Bron: Woord in Beeld ©Ten Have/Kok Kampen
De Zondaar

START  Copyright © 1998 R.H. Keegstra; meer informatie:  ds.r.h.keegstra@planet.nl  Laatst gewijzigd: 13-01-2018