Hoofdstuk 1
Start Auteur Daniël inleiding Bibliografie Laatste nieuws Openbaring v Johannes Gesprekspunten Links

 Sporen van de wederkomst van Jezus Christus   

Omhoog
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 5
Hoofdstuk 6
Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 8
Hoofdstuk 9
Hoofdstuk 10
Hoofdstuk 11
Hoofdstuk 12
Hoofdstuk 13
Hoofdstuk 14
Hoofdstuk 15
Hoofdstuk 16
Hoofdstuk 17
Hoofdstuk 18
Hoofdstuk 19
Hoofdstuk 20
Hoofdstuk 21
Hoofdstuk 22

 

Jezus, de getrouwe getuige.

Openbaring 1:1-12

 

Tekst: “genade zij u en vrede van Hem, die is en die was en die komt, en van de zeven geesten, die voor zijn troon zijn, en van Jezus Christus, de getrouwe getuige;”

 

De inleiding van het laatste Bijbelboek begint met de verklaring dat God aan Jezus deze openbaring gaf om zijn dienstknechten te tonen wat moet geschieden. Welnu, als dit boek een openbaring van God is, dan vormt dit boek één geheel en is het van begin tot eind profetie.
Jezus heeft op zijn beurt de profetieën aan zijn knecht Johannes bekend gemaakt. En daar het "zonder uitstel" moet geschieden, begint wat moet geschieden ook meteen. Wat NBG met "weldra" vertaald, is letterlijk vanuit de grondtekst "meteen of zonder uitstel":

“Openbaring van Jezus Christus, welke God Hem gegeven heeft, om zijn dienstknechten te tonen wat "zonder uitstel" moet geschieden, en Hij heeft het aan zijn dienstknecht Johannes bekend gemaakt.”(RHK)

Wat aan Johannes bekendgemaakt wordt, laat Jezus ook nog eens door engelen bevestigen. Gezonden engelen bevestigen "het woord van God", en "het getuigenis van Jezus Christus".
De door Jezus gezonden engelen bevestigen beide zaken in twee afzonderlijke gezichten in het "niet chronologische" gedeelte van de Openbaring van Johannes (hoofdstukken 35 en 40).
De ene gezonden engel noemt zich bij de ondergang van Babylon (uit de verzegelde boekrol) een collega van Johannes, die "het getuigenis van Jezus" heeft. Zie hoofdstuk 35.
De andere engel noemt zich een collega van Johannes en de profeten, wanneer hij de zevende brief aan Laodicea als "het woord van God" op Israël en de Kerk toepast. Zie hoofdstuk 40.

De gezonden engelen bevestigen dat de brieven aan de zeven gemeenten het profetische woord van God is, en de verzegelde "boekrol" een getuigenis van Jezus.
Doordat deze engelen in beide gevallen één van de zeven zijn, die de laatste schalen hebben, leggen ze verband tussen het woord van God en het getuigenis van Jezus. Zodat de brieven aan de zeven gemeenten én de verzegelde boekrol als profetieën een éénheid vormen.

Terwijl de engelen waaraan de brieven geadresseerd zijn, de tijd indelen tot de wederkomst, afhankelijk van hun plaats in de reeks. Dat wil zeggen de brieven aan de zeven gemeenten beschrijven de toestand van heel de Kerk van Pasen tot de wederkomst:

“en door zijn gezonden engel heeft Hij het woord van God en het getuigenis van Jezus Christus betuigd, alles wat hij gezien heeft.”(RHK)

Verder verklaart het voorwoord iedereen zalig die de woorden van dit boek als "profetie" leest en toepast. Dat geldt ook voor de hoorders van dit boek. De zaligverklaring bevestigt dat ook de brieven van de zeven gemeenten profetieën zijn over heel de Kerk:

 “Zalig hij, die voorleest, en zij, die horen de woorden der profetie, en bewaren, hetgeen daarin geschreven staat, want de tijd is nabij.”

In de "aanhef" over de genade van de drie-enige God wordt meteen duidelijk dat deze groet niet beperkt is tot de hierna genoemde gemeenten en die tijd, maar heel de Kerk tot het einde. Want de groet komt niet van Hem die is, maar van Hem die is, die was en die komen zal. Kortom, het gaat in dit boek om heel de Kerk van Pasen tot de wederkomst. Daarom vraagt de aanhef over Jezus als "getrouwe getuige" ook onze bijzondere aandacht.

Hoewel bij de rechtspraak over Jezus een getuige lijkt te ontbreken, was deze wel aanwezig! Want Jezus was behalve verdachte in zijn proces tegelijk getuige! Doordat Hij zweeg over alle aanklachten die tegen Hem werden ingebracht, veroordeelde Hij als "getuige" zichzelf. Wie zwijgt stemt toe, geldt zeker voor het belangrijkste proces van Jezus Christus. Door zijn zwijgen bij de vele beschuldigingen, stemde Jezus op de meest krachtige wijze in met de aanklachten tegen Hem. Juist door zijn zwijgen bij zijn rechtszitting werd zijn schuld waar. Hierdoor kreeg zijn getuigenis tegelijk een "dubbele" betekenis. Want Hij ging de weg der smarten tot en met de kruisdood in de plaats van de mensheid. Immers de profeet Jesaja zegt dat Hij om onze overtredingen is veroordeeld, en om onze ongerechtigheden verbrijzeld. De schuld die ons de vrede aanbrengt, was op Hem. Jezus maakt als getrouwe getuige als eerste kenbaar, dat niet Hij, maar de mens schuldig staat voor God. Zo is Hij de getrouwe getuige. Want Hij is "onschuldig", maar in de plaats van de mensheid veroordeeld! (Jesaja 53:5-7).

Welnu, voor de wederkomst zal Jezus zich door de boekrol openbaren als "getrouwe getuige". Als getuige toont Jezus niet alleen de uitweg, maar ook de zonde en schuld van ieder mens. Zijn getuigenis meteen vóór de wederkomst is een laatste waarschuwing aan de geroepenen:

“Johannes aan de zeven gemeenten in Azië: genade zij u en vrede van Hem, die is en die was en die komt, en van de zeven geesten, die voor zijn troon zijn, en van Jezus Christus, de getrouwe getuige, de eerstgeborene uit de doden en de overste over de koningen der aarde.”

Daar de toe-eigening van de kruisverdiensten geheel afhangt van Gods genade, is belangrijk te weten wat Jezus als getrouwe getuige, opgestane Here en God na Pasen doet. Want het werk van Jezus is met zijn verzoenend sterven niet afgelopen. Hij maakt Gods begenadigden niet alleen los van hun zonden door zijn bloed, maar Hij maakt hen ook tot een koninkrijk. Door het maken van een koninkrijk zijn gelovigen verantwoordelijk voor elkaar.

Ook maakt Hij ze tot priesters van God en zijn Vader, waardoor elke begenadigde antwoord moet geven op Gods genade. Dat gebeurt wanneer gelovigen Gods wil (wet) doen.
Dus niemand die deel krijgt aan Gods genade, krijgt zonder bekering deel aan het heil. De liefde van Jezus voor de gemeenten betekent niet alleen dat Hij hen door zijn bloed losmaakt van hun zonden, maar Hij maakt hen ook tot “gewijde” navolgers van de Meester! Hieruit blijkt dat er zonder bekering tot Jezus, en zonder het doen van zijn wil geen heil is:

 “Hem, die ons liefheeft en ons uit onze zonden verlost heeft door zijn bloed - heeft ons ook een koninkrijk gemaakt, priesters voor God en zijn Vader (RHK) – Hem zij de heerlijkheid en de kracht tot in alle eeuwigheid! Amen.”

Wanneer Hij komt op de wolken zal elk oog Hem zien. Dan zal door de opname van de gelovigen blijken dat degene, die droomden van een aards duizendjarig Rijk, ongelijk hadden.

Gedurende zijn verblijf op de wolken zal er geween en zelfbeklag zijn door allen die niet als vreemdeling en navolger van Jezus hebben geleefd, maar bij brood en of vermeende rijkdom:

 “Zie, Hij komt met de wolken en elk oog zal Hem zien, ook zij, die Hem hebben doorstoken; en alle stammen der aarde zullen over Hem weeklagen. Ja, amen”.

Het woord dat de Here Jezus de alpha is, herinnert aan de Schepping, die door de zondeval van de mens is vervloekt. Terwijl omega betekent dat God Jezus tot Rechter heeft aangesteld. Jezus koningschap over de wereld gaat door, totdat Hij als de omega op de wolken verschijnt. Dan zal Hij alle volhardende gelovigen opnemen in de hemel en de overigen in de hel werpen.

 “Ik ben de alpha en de omega, zegt de Here God, die is en die was en die komt, de Almachtige.”

In de "aanhef" van dit boek komt behalve Gods genade en Jezus als getrouwe getuige, bij monde van Johannes ook de innerlijke toestand van de gelovigen aan de orde. Hoewel Johannes deel had aan Gods genade, zoals uit de aanhef blijkt, horen we hem niet over zijn rijkdom in Jezus. Integendeel, wanneer hij over zijn eigen geloof spreekt en dat van zijn geloofsgenoten, spreekt hij over "verdrukking" en broeders in de verdrukking! Met "verdrukking" gebruikt hij hetzelfde woord als één van de oudsten van de ontelbare schare uit Openbaring 7:14. Deze allen komen, ondanks hun gewassen zijn in het bloed van Jezus, uit de "grote verdrukking"! Die verdrukking is de geestelijke nood over de eigen schuld.

Verdrukking is de enge poort van schuldig blijven. Dat is de benauwdheid over de eigen zonde en de schuld door de zondeval in het paradijs. Ondanks, verkrijging van Gods genade blijft Johannes over de verdrukking spreken als een blijvende werkelijkheid, samen met het koninkrijk en de volharding in Jezus.

En Johannes noemt alleen diegene broeder en deelgenoot aan het koninkrijk én de volharding, die de verdrukking door schuld en verlorenheid als werkelijkheid blijven zien en ervaren. Met andere woorden alleen degene die de grote verdrukking van harte ervaart, en Jezus dagelijks om vergeving smeekt, zijn geboden onderhoudt, krijgt deel aan Gods koninkrijk.
Met verdrukking bedoelt Johannes niet de moeite van zijn verblijf op het eiland Patmos. Want hij is volgens zijn woord op het eiland Patmos geweest, om het woord van God en het getuigenis van Jezus als profetie over de toekomst van Israël en de Kerk door te geven:

 “Ik Johannes uw broeder en deelgenoot in de verdrukking en het koninkrijk en de  volharding in Jezus, was op het eiland Patmos, om het Woord Gods en het getuigenis van Jezus”

Toen Johannes op het eiland Patmos overmand werd door de Heilige Geest, kreeg hij bevel datgene van de steden op te schrijven in een boek, wat hem in de geest voor ogen kwam. Het voorzetsel wat bijna alle vertalingen met "naar" vertalen, moet "in"zijn. Het gaat er hier om wat Johannes in de geest zag in de genoemde steden.

Ook moest hij het geschrevene zenden aan de zeven gemeenten. Er staat niet, zoals velen lezen, aan zeven gemeenten, maar aan "de" zeven gemeenten. Die zeven gemeenten is heel de Kerk van alle plaatsen en alle tijden, zoals hierna in volgende hoofdstukken zal blijken:

"Ik kwam in vervoering des geestes op de dag des Heren, en ik hoorde achter mij een luide stem, als van een bazuin, zeggende:hetgeen gij ziet in Epheze, en in Smyrna, en in Pergamum, en in Thyatira, en in Sardis, en in Philadelphia en in Laodicea, schrijf dat in een boek en zend het aan de zeven gemeenten."(RHK).

Om echter de toestand van de gemeenten te kunnen beoordelen, is een toets nodig. Die toets heeft de Here met de aanhef gegeven. Daar de "aanhef" de weg des heils beschrijft, is deze de toets waaraan de brieven van de zeven gemeenten in Azië moeten worden getoetst. In de aanhef staat het aanbod van Gods genade voorop, gevolgd door Jezus als getrouwe getuige, terwijl bij monde van Johannes het antwoord van de Kerk (gelovigen) is gegeven.

Als Johannes gelovigen broeders in "de verdrukking" noemt, zet hij de vermeende geestelijke rijkdom van de gemeente te Laodicea in een schel licht. En daar de toestand van de gemeente te Laodicea die van heel de Kerk is, onthult zij de oorzaak van de grote afval in de eindtijd!

De gegeven volgorde van de gemeenten onthullen de toekomst van heel de Kerk, zodat de brief aan de gemeente te Laodicea de lauwheid van de Kerk in de eindtijd voorspelt. De toestand van de zevende gemeente is zo ernstig, omdat Jezus dan de verzegelde boekrol nodig heeft om de Kerk tot schuldbesef en bekering te brengen.  Want Jezus maakt zich aan de zevende gemeente te Laodicea bekend als "getrouwe getuige". Dat wil zeggen Hij zal dan de verzegelde boekrol als getuige tegen heel de Kerk inzetten. Aan het einde van de geschiedenis als christenen door lauwheid zijn overmand, zal de Here de dubbele betekenis van zijn getuigenis door middel van de boekrol doen schitteren. Zijn laatste woorden aan Laodicea: "Allen die Ik liefheb kastijdt Ik", leert zijn reddende bedoeling. Dan zal Hij niet aarzelen de boekrol te gebruiken om Israël en de Kerk tot schuldbesef en bekering te dwingen, om hen te ontrukken aan de poorten van de hel. Daar de profetieën “moeten geschieden” betekent dat Jezus, met zijn Kerk zal zijn tot het einde:

"genade zij u en vrede van Hem, die is en die was en die komt, en van de zeven geesten, die voor zijn troon zijn , en van Jezus Christus, de getrouwe getuige."
 
 

 

 

Johannes, broeder en deelgenoot in de geestelijke verdrukking is de Jood en de apostel des Heren.
Bron ©Omniboek/De Fontein
De apostel Johannes

Wie zwijgt
stemt toe.

Jezus verscheen op de derde dag na zijn dood letterlijk lichamelijk aan Maria bij het lege graf.
©Copyright: J.H.Isings
Opstanding van Jezus Christus

Koninkrijk
én
priesters

Evenals Lot heeft de vroege Kerk de woorden van Jezus over de eindtijd als profetie  verstaan, waardoor ze bleven volharden.
Bron: www.bibleexplained.com
Lot en dochters

Getrouwe
getuige
toont de
schuldige
mens.

Door de diepte van de kruisdood van Christus, verzocht de apostel Petrus om een omgekeerde kruisiging.
Bron ©Omniboek/De Fontein
kruisiging van Petrus

Laodicea
is toets
voor Kerk
eindtijd.

 

 

Behalve de plagen bewerkt Jezus alle dingen tot heil van Israël en de Kerk
Bron: Elips
Overwinning van Christus

START  Copyright © 1998 R.H. Keegstra; meer informatie:  ds.r.h.keegstra@planet.nl  Laatst gewijzigd: 03-10-2018