Hoofdstuk 5
Start Auteur Daniël inleiding Bibliografie Laatste nieuws Openbaring v Johannes Gesprekspunten Links

 Sporen van de wederkomst van Jezus Christus   

Omhoog
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 5
Hoofdstuk 6
Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 8
Hoofdstuk 9
Hoofdstuk 10
Hoofdstuk 11
Hoofdstuk 12
Hoofdstuk 13
Hoofdstuk 14
Hoofdstuk 15
Hoofdstuk 16
Hoofdstuk 17
Hoofdstuk 18
Hoofdstuk 19
Hoofdstuk 20
Hoofdstuk 21
Hoofdstuk 22

 

God verkiest door Geest en Woord.

Openbaring 2:12-18.

 

Tekst:   “Bekeer u dan; maar zo niet, dan kom Ik spoedig tot u en Ik zal strijd tegen hen voeren met het zwaard mijns monds.” Openbaring 2:17.

 

De woorden over Antipas onthullen dat de derde brief na de vervolging van christenen moet worden toegepast. Want er wordt over die periode in de verleden tijd gesproken:

“en hebt het geloof in Mij niet verloochend ook niet in de dagen van Antipas, mijn getuige, mijn getrouwe, die gedood werd bij u, waar de Satan woont.”

Hoewel er in het jaar 313 door het Edict van Milaan een einde aan de vervolging kwam en vrijheid van godsdienst, bleef de Satan de Kerk met zijn listen achtervolgen. Zijn listen zijn evenals bij de vorige brief af te leiden uit de omstandigheden van de stad. De omstandigheden van de stad Pergamum heeft te maken met perkament. Perkament, dat vroeger als schrijfmateriaal dienst deed, ontleende haar naam aan Pergamum. Pergamum was destijds vooral bekend, doordat deze stad de grootste bibliotheek van Klein Azië had.

De in deze brief genoemde namen Bileam en Antipas wijzen derhalve op boeken als het gevaar. Boeken die in de bibliotheek van Pergamum te vinden waren. Zoals over Bileam in het Griekse Oude Testament (de Septuagint) en Antipas in de boeken van de martelaren. Want bij het Edict van Milaan is behalve vrijheid van godsdienst besloten dat iedere stad de namen van christenen te boek moest stellen, die aldaar als martelaar zijn gedood.
Verder had de stad Pergamum in die tijd drie tempels: die van Zeus, Asclepius en Augustus. De voornaamste tempel die boven op de burcht stond was aan Zeus gewijd. Hij werd als oppergod vereerd. De tweede was gewijd aan Asclepius. De derde aan keizer Augustus. Asclepius was een zeer bekwame dokter. De mythe zegt dat hij in zijn bekwaamheid doden het leven gaf, waardoor Zeus hem doodde, en tot een god verhief. De drie verheven goden betekent dat er dan getwijfeld zal worden aan de drie-enige God.

Terwijl de boeken uit de bibliotheek van Pergamum over Bileam en Antipas het doen voorkomen, alsof de mens uit vrije wil voor of tegen Jezus kan kiezen. Maar wanneer de mens een vrije wil heeft in de keus voor of tegen God, dan is niet alleen de zondeval twijfelachtig, maar ook de godheid van Jezus. Kortom, de Satan zal de Kerk beroeren door twijfel over de godheid van Jezus en de vrije wil:

 “Ik weet waar gij woont, daar waar de troon des Satans is.”

Ook de inleidende woorden, dat de Here het tweesnijdende zwaard heeft, maakt duidelijk dat er in deze periode in de Kerk een geestelijke woordenstrijd zou komen over zijn godheid:

De Satan ging blijkbaar meteen na de vervolging de volharding van de martelaren misbruiken, alsof zij uit vrije wil kozen voor Jezus en Hem op eigen kracht navolgden tot de dood.

 “Dit zegt Hij, die het tweesnijdende zwaard heeft:”

Hoe de vork precies in de steel zit, toont Jezus in zijn waarschuwing voor de leer van Bileam. Uit de leer van Bileam is af te leiden dat hij het mogelijk achtte Gods beloften aan Israël op Moab toe te passen. Want hoewel God tot Bileam zeide, dat Israël gezegend is, deed hij zelfs drie pogingen, om Gods verkiezing ten gunste van Moab te wijzigen.

Bileam deed alsof de belofte aan Abraham en zijn zaad evengoed kon gelden voor de kinderen van Lot. Alsof behalve Abraham ook Lot op Gods roepstem uit Ur der Chaldeeën was gegaan. Bileam deed alsof het niets uitmaakte, wanneer de Christus uit een van de dochters van Lot (de Moabieten) of uit de nazaten van Abraham en zijn tweede vrouw Ketura geboren zou zijn. Want Bileam, was een nazaat van Midian, één van de zonen van Abraham en Ketura.

En de Midianieten hadden samen met de Moabieten Bileam gevraagd Israël te vervloeken. Bileam deed dus alsof de mens een vrije wil heeft, die zelfs eigenmachtig het volk kon kiezen waaruit de Christus geboren zou worden. En bij een vrije wil past geen Goddelijke verkiezing.

Immers Lot's dochters verwekten zichzelf kinderen, door bij hun vader te gaan liggen.

Bileam’s laatste advies, waarbij hij Israël door afgodenoffers en hoererij aan Moab koppelde, leert nog duidelijker dat hij overtuigd was Gods verkiezing van Israël te kunnen wijzigen.
En wat Bileam leerde, leerden ook de leerlingen van Nicolaüs. Daar er sprake is van zijn leerlingen komt zeer waarschijnlijk, omdat dezen de leer van hun meester hebben verdraaid:

 “Ik heb enkele dingen tegen u, dat gij daar sommigen hebt, die vasthouden aan de leer van Bileam. Zo hebt ook gij sommigen, die vasthouden aan de leer der Nicolaïeten, die hetzelfde beogen.” (RHK).

Daar de leer van de vrije wil aansluit bij de begeerte van de natuurlijke mens, is deze visie tot vandaag de dag een bedreiging voor de Kerk. De leer van de vrije wil maakt behalve de zondeval ook de godheid van Jezus twijfelachtig. Maar Jezus verklaart nadrukkelijk, dat Hij“ het tweesnijdende scherpe zwaard heeft”. Daarmee zegt Jezus dat de drie-enige God bepaald wie toegang tot het eeuwige leven krijgt. Met andere woorden de toegang tot de hemel is niet het domein van de mens, want er is geen vrije keus. Door de zondeval heeft de mens zichzelf van zijn vrije wil berooft!

Sindsdien verkiest God door zijn grote genade onverdiend naar zijn vrijmachtig welbehagen. De mens kan niet vrij kiezen voor geloof. Die mogelijkheid heeft de mens door de zondeval verbeurt. Ook is Jezus niet evenals Asclepius, een tot godenzoon verheven mens.
De Here laat de enorme misvatting over de vrije wil en de godheid van Jezus niet geworden. Het volgende Schriftwoord geeft te kennen hoe serieus Gods Zoon deze dwaling heeft bestreden. En daar Pergamum korte tijd de hoofdstad van Klein Azië was, was en is dit gevaar van toepassing op geheel de Kerk. Daar echter de vrije wil en keus overeenkomt met de verlangens van de natuurlijke mens, blijft deze dwaling altijd de Kerk bedreigen:

“Bekeer u dan; maar zo niet, dan kom Ik spoedig tot u en Ik zal strijd tegen hen voeren met het zwaard mijns monds”

Hoe ernstig dit gevaar was, bleek meteen na de vervolgingen. Reeds in 325 na Christus was een eerste oecumenische synode in Nicea over de godheid van Jezus. Deze synode was nodig omdat de godheid van Christus werd geloochend door Arius, een presbyter. Met de godheid van Jezus staat en valt het heil en de hoop op het eeuwige leven.
Wanneer Jezus gelijkt op God maar niet gelijk is aan Hem, dan zou Hij gelijk zijn aan Asclepius, een verheven godenzoon. En een verheven mens maakt geen drie-enige God!
Maar de Here heeft woord gehouden, Hij greep in en leerde dat God verkiest en Jezus God is.

Want de leer van Bileam over de vrije wil die door de Britse asceet Pelagius werd verdedigd, is door de Kerk op het 3e Oecumenische Concilie (431) veroordeeld. Sterker nog, de Here heeft zevenmaal door zijn tweesnijdend zwaard in de Kerk ingegrepen door zeven oecumenische synoden, waarbij heel de Kerk betrokken was.

Daarbij was de wezens éénheid van God de Vader met God de Zoon de belangrijkste inzet. In die eeuwenlange strijd ging het vooral om de godheid van Jezus. Maar behalve zijn godheid was op het derde Oecumenische Concilie de vrije wil van de mens in het geding.  Op de 3e Oecumenische Synode (431) werd niet alleen Nestorius veroordeeld om zijn ontkenning van de godheid van Jezus , maar ook Pelagius om zijn leer van de vrije wil.
De ware gelovigen hielden vast aan de naam van Jezus als Gods Zoon, zelfs tot de dood:

“en gij houdt vast aan mijn naam en hebt het geloof in mij niet verloochend, ook niet in de dagen van Antipas, mijn getuige, mijn getrouwe, die gedood werd bij u, waar de Satan woont”.

Het noemen van de volharding van Antipas bevestigt, hoe de Satan na de vervolgingen heeft getracht de christelijke Kerk te vernietigen door te leren alsof de mens een vrije wil heeft en Jezus geen God is. Want Antipas is in Pergamum in een brandende oven van leem verbrand, omdat hij in geloof volhardde in de naam en de godheid van Jezus.

Tegelijk betekent het noemen van één martelaar, die op leven en dood streed om de godheid van Jezus, dat God door één mens de valse leer van Bileam en leerlingen van Nicolaüs heeft bestreden. Welaan, de geschiedenis kent een zekere Athanasius, die heeft volgehouden dat Jezus één van wezen is met de Vader (homo ousios). Hoewel Athanasius vijfmaal verbannen werd en zeventien jaar buiten zijn land moest vertoeven, hield hij vast aan de godheid van Jezus.

Er zijn toen over de persoon Jezus achtereenvolgens zeven synoden geweest. En van de eerste tot en met de zevende ging het om de naam, de godheid, de naturen, en de wil van Jezus Christus. Deze synoden zijn gehouden in Nicea, Chalcedon, Constantinopel en Efeze. De eerste synode is samen geroepen door keizer Constatijn in 325, de zevende en laatste door keizerin- weduwe Irene van Constatijn V in 787 na Christus, beide in Nicea.

Die verbale strijd over de godheid van Jezus, en in verband daarmee de ernst van de zondeval, heeft tot Karel de Grote geduurd. De Satan geeft zijn strijd tegen de Kerk niet op. Hij heeft zijn zwaarste aanvallen in de tijd na de vervolgingen tegen de Kerk ingezet. Daarbij verscheen hij als een engel des lichts met de bijbel in de hand.

Daarom zijn de laatste woorden van deze brief over de witte steen uiterst belangrijk. Het was vroeger gebruikelijk bij de Olympische spelen, dat de organisator elke deelnemer die de eindstreep haalde, een witte steen gaf met zijn naam erop. Precies eender zal Jezus de witte steen met zijn naam aan elke begenadigde geroepene geven, die de heilsweg tot het einde toe gelopen heeft.
Daar deze brief over de wel of niet vrije wil eindigt met de woorden over de witte steen, is dit een ernstige waarschuwing voor de eindtijd. Want ook al heeft de mens geen vrije wil, daarmee is de mens bij de toe-eigening van het heil geen stok of blok. God verkiest gewoonlijk door de Geest en het Woord, zodat Hij verkiezing aan de prdiking bindt:

 “Wie overwint, die zal Ik geven van het verborgen manna, en Ik zal hem een witte steen geven en op dien steen een nieuwen naam geschreven, welken niemand weet, dan die hem ontvangt”.

Hoewel de mens voor het eeuwige heil afhankelijk is van Gods genade, roept de Here een begenadigde door middel van Zijn Geest en woord. Niemand moet het wagen de verkiezing los te maken van Gods trekken door de Geest en het Woord. (Dordtse leerregels 3/4: art.17)

Bij de gelijkenis van het zaad, waarbij slechts een kwart tot vruchten komt, leert Jezus dat driekwart van het goede zaad door eigen schuld niet tot vrucht komt en dus verloren gaat.

Wie verkiezing in de preek laat heersen over de Geest en het Woord handelt niet alleen in strijd met Gods woord, maar maakt ook dat men ten onrechte passief wacht op bekering. Die de verkiezing losmaakt van de Geest en Gods woord maakt de mens tot een stok en blok.
Abraham koos niet voor Jezus. De Here liet Abraham weten, dat God hem uit Ur der Chaldeeën had geroepen. Kortom, de Here wilde dat Abraham evenals elke geroepene ervan door drongen blijft, dat God verkiest en niet de mens. Maar Abraham werd tevens beproefd in zijn geloof toen hij Izaäk moest offeren op de berg.

Dat predikers vooral in de Gereformeerde Gemeenten de verkiezing over het Woord laten heersen, is in strijd met de belijdenis en een bevestiging van de waarschuwing van Jezus.

Evenwel, elke prediker die het waagt de verkiezende genade los te maken van het werk van de Geest en het Woord, loopt kans het heil en de witte steen te missen! De wedstrijd van de heilsweg zal tot het einde een wedloop zijn. En tot iedereen, ook die de verkiezing laat heersen over de wedloop, zegt Hij die het tweesnijdende zwaard heeft:

“Bekeer u dan; maar zo niet, dan kom Ik spoedig tot u en Ik zal strijd tegen hen voeren met het zwaard mijns monds.”

 
 
 

Pergamum was toen het centrum van de eredienst aan afgoden, met Zeus als voornaamste afgod.
Bron: Woord in Beeld ©Ten Have/Kok Kampen
Griekse god Zeus

Bileam
en
Gods
verkiezing

 

 

Asclepius met de slang was en is de afgod van de geneeskunst (Aesculapium).
Bron: Christelijke Encyclopedie Kok Kampen
Asclepius

Satan
en
de
zeven
Synoden
(325-787)

 

 

In Pergamum is de keizerverering met keizer Augustus begonnen.
Bron: Encarta encyclopedie
Keizer Augustus

Op de zevende synode in 787 is ook besloten, dat van Christus alleen de voorwerpen van het H.A. mochten worden afgebeeld.
Bron: Bij Brood en Beker: Goudriaan BV.
Als afbeelding van Christus


 

Athanasius
en de
godheid
van
Christus
Jezus Christus
vraagt de
wedloop

 

De strijd om de godheid van Christus meteen na de vervolgingen, leert dat de geloofsweg een wedloop is voor iedereen, die door Gods genade wordt geroepen.
Bron: leerboek oude geschiedenis.
Hardlopers stadion van Delphi

START  Copyright © 1998 R.H. Keegstra; meer informatie:  ds.r.h.keegstra@planet.nl  Laatst gewijzigd: 13-01-2018