Hoofdstuk 3
Start Auteur Daniël inleiding Bibliografie Laatste nieuws Openbaring v Johannes Gesprekspunten Links

 Sporen van de wederkomst van Jezus Christus   

Omhoog
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 5
Hoofdstuk 6
Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 8
Hoofdstuk 9
Hoofdstuk 10
Hoofdstuk 11
Hoofdstuk 12
Hoofdstuk 13
Hoofdstuk 14
Hoofdstuk 15
Hoofdstuk 16
Hoofdstuk 17
Hoofdstuk 18
Hoofdstuk 19
Hoofdstuk 20
Hoofdstuk 21
Hoofdstuk 22

 

God, de eerste en de laatste.
 

Openbaring 2:1-8.

 

Tekst:   “Wie overwint, hem zal Ik geven te eten van de boom des levens, die in het paradijs Gods is”. Openb. 2:7b.

 

In het voorafgaande is gezegd, dat de brieven aan de zeven engelen een profetische betekenis hebben. Terwijl de bijzonderheden van die steden de omstandigheden van de wereld aanduiden, waarbij de tijd afhankelijk is van de plaats in de reeks van zeven. De toestand in de wereld zal op de betreffende tijd voor heel de Kerk gelijk zijn aan de bijzondere kenmerken van de genoemde stad.

De Here, met de zeven engelen in zijn rechter regeerhand, is daarvan de zekerheid. Doordat Hij met de engelen in zijn rechterhand te midden van de zeven gemeenten verblijft, regeert Hij de wereld ten dienste van de Kerk. Met andere woorden, Hij heeft de Kerk de verantwoordelijkheid gegeven om het evangelie te verkondigen, terwijl Hij de toestand van de wereld tot opbouw van de Kerk maakt:

“Dit zegt Hij, die de zeven sterren in zijn rechterhand houdt, die tussen de zeven gouden kandelaren wandelt:”

Daar de brief aan de engel van de gemeente te Efeze de eerste brief is, in de reeks van zeven, is deze van toepassing op de tijd van en na de apostelen. Dit wordt bevestigd door het feit, dat er in die tijd foute apostelen waren. Want daar de Kerk in die tijd foute apostelen op de proef stelde en ontmaskerde, betekent, dat de apostelen kort tevoren waren gedood:

“Ik weet uw werken en inspanning en uw volharding en dat gij de kwaden niet kunt verdragen en hen op de proef gesteld hebt, die zeggen dat zij apostelen zijn, maar het niet zijn, en dat gij hen leugenaars hebt bevonden;”

Bij de eerste brief trekt wat is, en wat komen zal, gelijk op.  Zodat de bijzondere kenmerken van de stad Efeze te kennen geeft, wat de omstandigheden in de wereld zijn voor de Kerk van en na de dood van de apostelen. Welnu, het bijzondere van de stad Efeze was, dat deze toen als de belangrijkste handelsstad van Klein Azië bekend stond, omdat daarin drie grote handelswegen samenkwamen. Ook waren er ter wille van de handel geen grenzen in het grote Romeinse Rijk. Verder was er in het hele rijk één taal (Griekse taal). Genoemde zaken maakte het hele Rijk vrij toegankelijk.

Die bijzondere omstandigheden waren niet alleen voor de handel uitermate gunstig, maar eveneens voor de verkondiging en verbreiding van het Evangelie van Jezus Christus. Dankzij de grootte van het Rijk zonder binnengrenzen, en de ene Griekse taal, konden de apostelen overal in het grote Romeinse Wereldrijk het Evangelie verkondigen.
De bijzondere kenmerken van de stad Efeze staan model voor de omstandigheden van de wereld, waarin de Kerk de opdracht had tot de verbreiding van het Evangelie. Door het maken van die omstandigheden werkte de Here mede met de apostelen, nadat Hij hen bevel had gegeven het evangelie over de hele aarde te verbreiden.

De apostelen hebben vanuit hun verantwoordelijkheid het Evangelie verkondigd, terwijl de Here meewerkte door te zorgen voor één wereldrijk zonder grenzen met één taal.

De gelovigen volharden, ook toen valse apostelen de Kerk poogden binnen te dringen. Verder hebben ze volhard en verdragen, toen ze verdrukt en gesmaad werden om der wille van de naam van Jezus. Anders gezegd, ze lieten zich door niets en niemand ontmoedigen. Die volharding vond zijn diepste oorzaak in Gods verkiezende genade jegens hen. Hun geloofsliefde kwam door het inzicht dat God niet alleen de eerste is door de verkondiging van het evangelie, maar bovenal omdat God hun harten voor het evangelie woord had geopend. Ze volharden in de naam en de kracht van Jezus, waardoor ze Gods verkiezende genade persoonlijk mochten ervaren in en door hun gebeden:

“en gij hebt volharding en hebt verdragen om mijns naams wil en gij zijt niet moede geworden”.

En het getal zeven van de brieven leren, dat de Here tot het einde met de Kerk zal meewerken.

Genoemde gunstige omstandigheden voor de verbreiding van het Evangelie was echter tegelijk een groot gevaar voor de vroege Kerk. De gunstige omstandigheden maakte dat vele christenen zich niet bekeerden. Maar zonder bekering is en blijft het geloof een zaak van het verstand. Zonder bekering wordt het hart niet geraakt door zondebesef, en is een hartelijk smeken om vergeving onmogelijk. Het kwijtraken van de eerste liefde gebeurt daar waar men vergeet, dat niemand tot geloof in Jezus kan komen, tenzij de Vader hem trekke. God is de eerste, die niet alleen de gunstige omstandigheden voor de verbreiding van het evangelie maakte, maar ook de eerste is tot het openen van het mensenhart voor Gods woord. En waar God de eerste is en de laatste, zal een blijvende relatie met de levende God ontstaan:

“Maar Ik heb tegen u, dat gij uw eerste liefde verzaakt hebt. Gedenk dan, van welke hoogte gij gevallen zijt en bekeer u en doe weer uw eerste werken.”

Hoe ernstig dit verzaken van de eerste liefde was, blijkt nu God dreigde de kandelaar van hen weg te nemen. Hoewel het wegnemen van de kandelaar van de gemeente te Efeze tot opbouw van de Kerk elders in de wereld zou worden. Want de Here werkt door aan zijn Kerk:

“Ik zal uw kandelaar van zijn plaats wegnemen, indien gij u niet bekeert”.

Volgens deze brief heeft de Kerk er toen alles aangedaan om zuiver te blijven in de leer. Zij hebben gestreden tegen de bedrijvers van openbare zonden. Zelfs dwaalleraars hebben zij weten te ontmaskeren als pseudo-apostelen. Zo hielden zij het evangelie zuiver, dat Gods Zoon in de meest smadelijke kruisdood zijn Leven had gegeven als losprijs voor de mens.

Zij raakten echter de eerste liefde kwijt, omdat hun geloofsleven een zaak werd van het verstand en niet van het hart. Dat gebeurt als men Gods verkiezende genade vergeet. Zonder geloofsliefde is er geen hartelijk berouw en geen relatie met God door het bloed van Christus. Zodat zonder ingrijpen van de Here, met de tijd de hele Kerk verloren zou zijn gegaan.

Echter Gods Zoon, die voortdurend verblijft tussen de kandelaren, en die de steden en wereld regeert ten dienste van de Kerk, laat niet varen de werken van zijn handen. Hij gaat door. Want behalve Christus is Hij de Almachtige. Naast zijn waarschuwing en oproep tot terugkeer tot de eerste liefde, gaat Hij bij onbekeerde christenen de kandelaar wegnemen.

Daar Efeze ten tijde van de apostelen de grootste en belangrijkste stad was van Klein-Azië, tonen de omstandigheden van deze stad het gevaar, dat destijds de hele Kerk bedreigde. Omdat er drie handelswegen in deze stad uit kwamen, geeft Efeze een betrouwbaar beeld van de zeer gunstige omstandigheden voor zending onder heidenen in de toenmalige wereld.
Want zo gemakkelijk het evangelie in het Romeinse wereldrijk verkondigd en verbreid werd, evenzo gemakkelijk konden christenen gaan denken dat “het lidmaatschap” van de Kerk voldoende was, om behouden te worden. Anders gezegd, het grootste gevaar was en is dat men na opname in de Kerk geen levende relatie met God heeft door bekering en navolging.
Het nalaten van de dagelijkse bekering door het niet doen van Gods geboden, wordt door de Here dodelijk genoemd. Want Jezus oproep tot bekering zegt ronduit, dat een relatie met God pas echt en blijvend is, waar men de betekenis van zijn verkiezende genade erkent en ervaart. Dat wil zeggen zonder geloofsdaden en bekering blijft het hart er buiten:

“doe weer uw eerste werken. Maar zo niet, dan kom Ik tot u en Ik zal uw kandelaar van zijn plaats wegnemen, indien gij u niet bekeert”.

Het is het serieus nemen en doen van de wet, die het geloof in en de omgang met de heilige God levend houdt. Hoewel de zondaar geheel door het bloed van Christus gereinigd wordt, brengt de wet telkens de uittocht uit Egypte in herinnering en daarmee zijn verkiezing.
Maar de Kerk die het evangelie losmaakt van de wet raakt die herinnering kwijt, zo blijkt hier. Het wegnemen van de kandelaar is het gevolg van het niet gedenken van Gods genadige verkiezing. En de kandelaar wegnemen is uitgezet worden uit de Kerk in de wereld. Voor deze gemeente is Christus, die te midden van de kandelaren is, dan geen Middelaar meer bij God. In plaats van hemelse heerlijkheid wacht deze eeuwige hellestraffen.

Welnu, om te voorkomen dat geroepenen met een ingebeelde hemel verloren gaan, gaat Jezus behalve dreigende woorden hieraan wat doen. Zijn ingrijpen gaat deze keer op het scherp van de snee. Dit was nodig, omdat geloof zonder relatie met de levende God een dood geloof is.
Deze dreiging door Christus, is de voorbode van de latere vervolging van christenen door Romeinse keizers tot 313 na Christus, zoals de tweede brief leert.

Om de kandelaar van onbekeerde christenen weg te nemen, heeft de Here toen de dreiging van gevangenschap gebruikt. Want elke onbekeerde, die om zijn geloof in Jezus wordt gevangen genomen, loochent het geloof als hij geen persoonlijke relatie heeft met God. Door de christenvervolgingen tijdens de Romeinse keizers, heeft de Here de Kerk ingeprent, dat bekering en omgang met God een must is voor de verkrijging van een levend geloof. Door Zijn woord én de toestand in de wereld, dwong Hij hen tot bekering en een relatie met Jezus. Zo bewaart de Here de Kerk, die gezegd heeft: "Zonder Mij kunt gij niets doen".
Alle zogenaamde “naamchristenen” hebben toen het geloof in Christus moeten verraden, en kwamen daardoor buiten de kerk te staan. Een naamchristen is iedereen, die geen omgang heeft met God en Jezus niet navolgt door zijn geboden. Geen dagelijkse relatie is altijd het eerste gevaar dat de Kerk bedreigt, vooral als heidenen massaal tot de Kerk toetreden.

De engel van de gemeente te Efeze doelt dus op de eerste periode van de Kerk, de tijd van en na de apostelen. Dat is de tijd direct voorafgaande aan de vervolgingen door de Romeinen.
Met de eerste brief wordt een dodelijk gevaar openbaar, dat in elke tijd de Kerk zal bedreigen. En het feit dat Efeze korte tijd later tot een ruïne is vervallen, betekent dat deze zonde voor veel christenen dodelijk is geweest. Dit eerste gevaar is ook tegenwoordig het grootste gevaar!

Niet de kennis dat Gods Zoon met Zijn vergoten bloed de zonde van de wereld heeft weggenomen, geeft recht op het eeuwige leven. Evenmin het lidmaatschap van een goede reformatorische Kerk. Het heil moet men zich toe-eigenen. Dat wil zeggen het ware geloof is niet alleen een zeker weten (verstand), maar ook een vast vertrouwen (hart). En dat vertrouwen geeft de Here door de Heilige Geest langs de weg van een geloofsrelatie.

Door Gods wet gedenkt men als eerste de betekenis van Gods verkiezende genade. Door Gods genade telkens te gedenken doet men Gods geboden uit liefde tot God, de eerste en laatste. Door het gedenken en doen van Gods wet leert men de eigen schuld grondig kennen, zodat men met geheel het hart de Here om vergeving gaat smeken. Dat kan alleen door dagelijkse omgang en navolging van Christus, zoals de tweede brief over de martelaren aantoont. Dit is geen éénmalig gebeuren, zodat elke naamchristen en gearriveerde hiermee is veroordeeld. De eerste werken als begenadigde leiden tot een relatie met de levende God.

 “doe weer uw eerste werken”.

Deze brief leert, dat het leven van elke christen een strijd is van wet en evangelie. Wie daar niet aan wil, het mag allemaal, maar men raakt dan de geloofsliefde kwijt. Maar de Here blijft tot de jongste dag meewerken zijn Kerk te bouwen en te bewaren. Hij bewaarde en bouwde zijn koninkrijk, de Kerk door vreselijke vervolgingen door de Satan en de wereld toe te laten. Vervolgingen, waardoor de waarde en betekenis van de liefde voor Christus in zijn kracht door de Heilige Geest bij volhardende martelaren aan het licht kwam.

“Wie overwint, hem zal Ik geven te eten van de boom des levens, die in het paradijs Gods is”.

NAAR BOVEN

 
  Efeze, de hoofdstad van Asia, was met Jeruzalem en Athene¨één van de heiligste steden uit de oudheid. De tempel van de godin Artemis te Efeze was één van de zeven wereldwonderen van de oude wereld.
Bron: Christelijke Encyclopedie Kok Kampen
Munt tempel Artemis

Jezus
in
de
tijd
 

De tempel Artemis, gewijd aan de romeinse Keizer Hadrianus, illustreert de keizerverering, die de oorzaak zou worden tot de vervolging van de christenen.
Bron: Christelijke Encyclopedie Kok Kampen
Tempel Artemis
Efeze,
de
macht
van
Gods
Zoon
Efeze als geestelijk centrum en het kruispunt van drie handelswegen, is hier het symbool van de mogelijkheden en de onmogelijkheid van het evangelie.
Kaart van Griekenland (uit oude geschiedenis)
Het
leven
en
de
dood
door
het
evangelie
 
De heilige stad Efeze is kort tijd hierna tot een ruïne geworden, nadat de haven was dichtgeslibd.
Bron: Fotogids NT J.N. Voorhoeve
Ruïne hoofdstraat Efeze
De
brede
en
smalle
weg

 

De weg tot het eeuwig heil is en blijft een smalle weg van wet en evangelie een leven lang.
Bron: Woord in Beeld ©Ten Have/Kok Kampen
De smalle weg is juk dragen

START  Copyright © 1998 R.H. Keegstra; meer informatie:  ds.r.h.keegstra@planet.nl  Laatst gewijzigd: 03-10-2018