Hoofdstuk 2
Start Auteur Daniël inleiding Bibliografie Laatste nieuws Openbaring v Johannes Gesprekspunten Links

 Sporen van de wederkomst van Jezus Christus   

Omhoog
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 5
Hoofdstuk 6
Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 8
Hoofdstuk 9
Hoofdstuk 10
Hoofdstuk 11
Hoofdstuk 12
Hoofdstuk 13
Hoofdstuk 14
Hoofdstuk 15
Hoofdstuk 16
Hoofdstuk 17
Hoofdstuk 18
Hoofdstuk 19
Hoofdstuk 20
Hoofdstuk 21
Hoofdstuk 22

 

De brieven omspannen 7 perioden.

Openbaring 1:9-2:2.

 

Tekst:   “Schrijf dan hetgeen gij gezien hebt, én hetgeen is én hetgeen na dezen geschieden zal”.  Openbaring 1:19.

 

Met de woorden dat hij op het eiland Patmos zit om het woord van God en het getuigenis van Jezus, geeft Johannes te kennen de betekenis van Jezus als de getrouwe Getuige te verstaan. Want omdat Johannes zich een broeder in de verdrukking noemt, zegt hij met alle gelovigen uit de verdrukking dat hij de dood schuldig is. Want als Getuige zweeg Jezus tegenover alle beschuldigingen, toen Hij de schuld van de mensheid op zich nam als losprijs voor velen:

“Ik, Johannes, uw broeder en deelgenoot in de verdrukking en in het Koninkrijk en de volharding in Jezus, was op het eiland Patmos, om het woord van God en het getuigenis van Jezus.”

Behalve broeder in de verdrukking noemt Johannes zich deelgenoot in het Koninkrijk, zodat hij alles wat hij in de geest in zeven steden ziet met heel de Kerk wil en moet delen. Maar in plaats van te schrijven, keerde Johannes zich om. Hij wilde de spreker zien:

“En ik keerde mij om, ten einde de stem te zien, die met mij sprak”.

Toch schrijft Johannes niet eerst over de spreker, maar over zeven gouden kandelaren. Dit deed Johannes niet omdat de kandelaren van goud waren, maar om de plaats van Gods Zoon temidden van zeven kandelaren. Vanaf die plaats sprak Jezus, en noemde zich "de eerste" en "de laatste". Daardoor dienen beide namen evenals de toelichting in verband met de zeven kandelaren worden verstaan en verklaard. Het verstaan van de namen van Jezus én de kandelaren, bracht Johannes er toe kandelaren de eerste plaats in dit geschrift te geven:

"En toen ik mij omkeerde, zag ik zeven gouden kandelaren, en temidden van de kandelaren iemand als eens mensenzoon",

Wanneer Jezus zijn naam "eerste" temidden van kandelaren verbindt met zijn dood en opstanding, zegt Hij dat de tijd toen Hij begon temidden van de kandelaren op Pasen was.
Terwijl het bezit van de sleutels van de dood en het dodenrijk in verbinding met zijn naam "laatste", naar de dag verwijst dat hij als Rechter de levenden en de doden zal oordelen.
Zodat de tijd van Jezus temidden van de kandelaren duurt van Pasen tot de wederkomst.

Met de namen "eerste" en "laatste" geeft Jezus behalve zijn tijd temidden van de kandelaren, ook de levensduur van de kandelaren zelf. Hun levensduur is dus van Pasen tot het oordeel. Hun levensduur is een uiterst belangrijk gegeven, omdat de 7 kandelaren de 7 gemeenten blijken te zijn:

 “Ik ben de eerste en de laatste, en de levende, en Ik ben dood geweest, en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheden, en Ik heb de sleutels van de dood en het dodenrijk".

En behalve zijn namen ziet Johannes de godheid van Jezus temidden van de kandelaren. De godheid van de Here toont zijn heerschappij over de Kerk en wereld. Met andere woorden Jezus regeert het wereldgebeuren ten behoeve van de opbouw van de Kerk:

 "En temidden van de kandelaren iemand als eens mensenzoon, bekleed met een tot de voeten reikend gewaad, en aan de borsten omringd met een gouden gordel; en zij hoofd en zijn haren waren wit als witte wol, als sneeuw, en zijn ogen als een vuurvlam;en zijn voeten waren gelijk koperbrons, als in een oven gloeiend gemaakt, en zijn stem was als het geluid van vele wateren".

Verder ziet Johannes in de rechterhand van de Here zeven sterren. Daar beide, zowel de gouden kandelaren als de sterren door Jezus een geheimenis wordt genoemd, is er verband tussen beide. Dat verband wordt openbaar als Jezus het geheim prijsgeeft, en verklaart dat de zeven sterren de engelen zijn van de zeven gemeenten, en de kandelaren zeven gemeenten.

Nu de zeven kandelaren volgens de uitleg van de Here zeven gemeenten zijn, is de levensduur van de gemeenten evenals die van de kandelaren, van Pasen tot de dag des oordeels. Zodat de brieven aan de engel van de gemeenten de tijd van Pasen tot het oordeel omspannen.

Maar de gemeenten hebben ook engelen. En de engelen zijn in de rechterhand van Jezus. De engelen in de rechterhand van Jezus, terwijl Hij verblijft temidden van de gemeenten betekent dat de engelen de gemeenten in 7 perioden verdelen. Want engelen verschijnen in relatie met Jezus altijd om een nieuwe tijd aan te geven. Er verschenen engelen bij de geboorte van Jezus, na de verzoeking in de woestijn, Getsemané, op Pasen en de Hemelvaart. Zoals engelen nieuwe perioden in het leven van Jezus op aarde aanduiden en markeerden, precies eender doen de engelen van de zeven brieven. De engelen van de zeven brieven verdelen de zeven gemeenten en hun steden, tussen Pasen en het oordeel in zeven afzonderlijke perioden:

"Het geheimenis der zeven sterren, die gij gezien hebt in mijn rechterhand, en de zeven gouden kandelaren: de zeven sterren zijn engelen van zeven gemeenten, en de kandelaren zijn zeven gemeenten".

De engelen zijn geen voorgangers, zoals Jezus ook in de omgang met Johannes aantoonde. De Here greep Johannes niet vast zoals Hij zeven engelen in zijn rechterhand houdt, evenmin dwong Hij hem tot schrijven. Hij raakte Johannes slechts aan met zijn rechterhand, terwijl Hij door zijn namen de totale levensduur van de zeven gemeenten plaatste tussen Pasen en het oordeel. Door zijn andere manier van omgang met de apostel Johannes, bevestigt de Here dat de sterren in zijn rechterhand engelen zijn, die de levensduur van de gemeenten en steden opdelen in zeven perioden tussen Pasen en het oordeel:

"En toen ik Hem zag, viel ik als dood voor zijn voeten; en Hij legde zijn rechterhand op mij en zeide: Wees niet bevreesd, Ik ben de eerste en de laatste, en de levende. En Hij had zeven sterren in zijn rechterhand en uit zijn mond kwam een tweesnijdend scherp zwaard; en zijn aanzien was gelijk de zon schijnt in haar kracht."  

Wie de engelen als voorgangers beschouwt en de brieven van de gemeenten en hun steden beperkt tot de toestand van de kerken tot de tijd van Johannes (wat is) neemt af van dit boek! Deze ontneemt Jezus niet alleen de betekenis van zijn namen, maar ontkent ook zijn opdracht aan Johannes om te schrijven "wat na dezen geschieden zal".

Want de sterren in zijn hand zijn geen voorgangers, maar engelen, zoals Hijzelf verklaart.

De namen van Jezus, "eerste en laatste", en de engelen in zijn rechterhand temidden van de gemeenten in relatie met zijn goddelijke verschijning, onthullen dat de brieven 7 perioden omspannen tussen Pasen en het oordeel. Om die reden zijn de brieven niet geadresseerd aan gemeenten of steden, maar aan engelen van gemeenten in hun steden. En omdat het met de gemeenten en steden om 7 perioden gaat, heeft de door Jezus gegeven volgorde van de zeven brieven beslissende betekenis. Dan is de volgorde van de steden de tijdsindeling van de Kerkgeschiedenis van Pasen tot het oordeel.

Daar Jezus de Here is over de Kerk en de steden, bepaalde Hij “de volgorde” van de door Hem gekozen steden in de reeks van zeven op grond van de bijzonderheden van elke stad. Hierdoor heeft elke brief aan de engel van één van de zeven gemeenten tevens profetische meerwaarde, die in de bijzondere kenmerken van de betreffende stad zijn besloten. Het gaat daarom bij de eerste opdracht tot schrijven om niets meer en niets minder dan wat Johannes in genoemde steden zag. Om die redenen dienen we vers 11 niet te vertalen met "zenden..naar", maar met "zien..in" de genoemde steden. De bijzondere kenmerken van de genoemde steden zijn behalve wat Johannes zintuiglijk waarneemt (wat is), tegelijk profetie over de Kerk tussen Pasen en het oordeel (wat na dezen geschieden zal).  De profetie van elke stad is in dezelfde tijd als de betreffende brieven. Wanneer Johannes voor de tweede keer opdracht krijgt te schrijven, gaat dit over de zeven gemeenten, en wat hij eerder in zeven erbij behorende steden heeft gezien:

“Ik kwam in vervoering des geestes op de dag des Heren, en ik hoorde achter mij een luide stem, als van een bazuin, zeggende: hetgeen gij ziet, in Epheze, en in Smyrna, en in Pergamum, en in Thyatira, en in Sardes, en in Philadelphia en in Laodicea, schrijf dat in een boek en zend het aan de zeven gemeenten.”Vertaling van RHK.

Door de verklaring van zijn namen "eerste" en "laatste" gesproken te temidden van zeven gemeenten (kandelaren), toont Jezus naast de eenheid van dit boek, een belangrijk criterium. Wanneer Jezus temidden van de gemeenten van zijn naam "eerste", zegt, dat Hij dood is geweest, en zie, Ik ben levend, maakt Hij die naam niet alleen tot een concrete tijdsbepaling, maar ook tot een geloofsbelijdenis van de Kerk. Een getuigenis, waardoor men kan na gaan of de Kerk in zijn leer en prediking tot het einde vasthoudt aan Jezus, die dood geweest is, en zie, Hij leeft tot in eeuwigheid.

Het getuigenis die in zijn naam "eerste" besloten is, betekent, dat Jezus tussen Pasen en het oordeel gelooft en beleden wil worden als Hij die dood is geweest, en zie, Hij leeft. Dat betekent, Jezus wil dat gelovigen in zijn dood hun verlorenheid en schuld blijven inzien.

En tegelijk de Here, die leeft, navolgen als koningen en priesters. Want de Kerk moet na Pasen Jezus belijden als Hem die dood geweest is, en zie, Hij leeft tot in eeuwigheid. Aan de betekenis van zijn dood moeten de gelovigen tot het einde vasthouden. Zoals de kandelaren in de nacht de verwachting van de komst van de Messias als het geslachte Lam Gods levend hield, zo moet de Kerk doen met de dood en opstanding van Jezus. Met andere woorden de Kerk mag de dood van Jezus nooit verfraaien, omdat zijn smadelijke dood ieder mens telkens bepaald bij zijn totale verlorenheid en schuld. Hierdoor toont de dood van Jezus dat de mens een ellendige bedelaar is, die door genade behouden kan worden!

Deze belijdenis van Christus is een toets voor de zeven brieven, die door hun engelen in zeven perioden zijn ingedeeld. De toestand van de Kerk in de brieven moeten worden getoetst aan het getuigenis dat Gods Zoon dood is geweest, en zie, Hij leeft. Dit kan allemaal doordat de steden de kenmerken hebben, die in de bewuste tijd de toestand van de Kerk beschrijven. Hierdoor staat de zevende stad, Laodicea, model voor de situatie in de laatste tijd.

In de laatste periode zal de Kerk lauwwarm zijn, omdat ze de dood van Gods Zoon eenzijdig verfraait tot Gods liefde. De Kerk spreekt dan alleen over rijkdom, waardoor de heilsweg, alleen door genade, alleen door de Schrift en alleen door geloof, wordt verduisterd.

Sterker nog, de meeste gelovigen menen dan rijk te zijn, alsof ze reeds deel hebben aan Gods beloften. Terwijl ze niet weten dat ze blind en naakt zijn, en als bedelaars afhankelijk blijven van Gods genade. Doordat ze de dood des Heren verfraaien door Gods liefde, en pronken met hun rijkdom, vergeten ze hun blijvende bedelaarspositie en Hem na te volgen.

En de toestand, die de brief aan de engel van de gemeente in Laodicea beschrijft, is vandaag in praktisch alle kerken van Vrijgemaakte kerken tot de Gereformeerde Gemeenten aanwezig. Predikanten die Gods "genade" vanuit een totale verlorenheid en schuld leren, zijn in het Westen door "de democratisering" van de kerken nagenoeg van de kansels verdreven.

Maar de Here laat zijn geroepenen niet zonder meer verloren gaan. Hij is met de gelovigen tot het einde, zoals Hij beloofd heeft. Indien de gezonde leer niet meer wordt verdragen, gebruikt de Here van de Kerk andere middelen. Op dat moment verbreekt Jezus de zegels van de boekrol. Om zondaren te overtuigen van totale verlorenheid en schuld en te bewegen tot navolging, brengt Jezus de verzegelde boekrol in stelling. Door de boekrol tuchtigt en straft de Here allen die Hij liefheeft. En van het getuigenis die in de verzegelde boekrol staan beschreven zijn in onze dagen al vele sporen te zien.

De genoemde band tussen de 7e brief aan de engel van Laodicea én de verzegelde boekrol brengt tevens de eenheid van de Openbaring van Johannes aan het licht:

“Schrijf dan hetgeen gij gezien hebt, én hetgeen is én hetgeen na dezen geschieden zal”.

 

 

Tijdens de ballingschap op Patmos kreeg  Johannes het zicht op de macht en werken van Jezus.
Bron: www.bibleexplained.com
Het eiland Patmos

Eerste en laatste is
van Pasen
tot het
oordeel.

 

De mensenzoon, die dood is geweest en opgestaan, is Jezus, Gods Zoon.
Bron: Bijbel ©Copyright: J.H.Isings
Het lege graf en de Opgestane

7 Sterren
zijn
Engelen

Jezus Christus was de eerste tegenover de ongelovige Egyptenaren bij de uittocht van Israël door de Rode Zee.
Bron: www.bibleexplained.com
 Christus, de koning over Kerk
en wereld

Afdoen
van deze
profetie
heeft wel
gevolgen.

Gods Zoon beheerst deze engelen, zodat de zeven steden het gevaar aanduidt, wat dan en in de toekomst de Kerk bedreigt.
Bron: www.bibleexplained.com
de engelen

De Here
alle macht
in de
wereld.
 

Jezus leidt en bestuurt het wereldgebeuren altijd ten gunste van de Kerk en Israël.
Bron:"Sporen van de wederkomst".
De kring van de zeven gemeenten

 

Dood
van
Jezus
als
belijdenis
en toets.

 

Johannes leerde de almacht over Kerk, wereld en het geheimenis van de Here kennen als apostel en als Jood.
Bron©Omniboek/De Fontein
Johannes op Patmos

START  Copyright © 1998 R.H. Keegstra; meer informatie:  ds.r.h.keegstra@planet.nl  Laatst gewijzigd: 14-03-2018