Hoofdstuk 23
Start Auteur DaniŽl inleiding Bibliografie Laatste nieuws Openbaring v Johannes Gesprekspunten Links

 Sporen van de wederkomst van Jezus Christus   

Start
Omhoog
Hoofdstuk 23
Hoofdstuk 24
Hoofdstuk 25
Hoofdstuk 26
Hoofdstuk 27
Hoofdstuk 28
Hoofdstuk 29
Hoofdstuk 30
Hoofdstuk 31
Hoofdstuk 32
Hoofdstuk 33
Hoofdstuk 34
Hoofdstuk 35
Hoofdstuk 36
Hoofdstuk 37
Hoofdstuk 38
Hoofdstuk 39
Hoofdstuk 40

 

Wee u IsraŽl en Kerk

Openbaring 10:11-11:15.

 

Tekst:   ďHet tweede wee is voorbijgegaan: zie het derde wee komt snelĒ. Openbaring 11:14.

 

Het eerste wat Johannes aan de orde moet stellen is de betekenis van het lijden van Jezus voor de mens. Want hierop duidt het meten van het altaar met aanbiddende offeraars in de tempel. Bij het meten van het altaar en die daarin aanbidden gaat het om het ware inzicht in het lijden en sterven van Gods Zoon. Daar Johannes hiervoor een meetlat kreeg, geeft te kennen hoe noodzakelijk het juiste inzicht in het lijden van Jezus is. Zijn meetwerk geeft aan dat aanbidders allereerst in het lijden en sterven van Jezus hun persoonlijke veroordeling moeten ontdekken en erkennen, zodat zij de Gekruisigde ootmoedig smeken om vergeving.

Dit niet zien is de reden waarom Johannes iedereen in de voorhof uitsluit. Letterlijk vertaald staat er dat hij heidenen die de voorhof verachtelijk vertreden eruit moet werpen. Dat wil zeggen, wie in het lijden van Jezus niet zijn eigen veroordeling ziet, mag hij niet meetellen.
Deze begrenzing van de heilsweg na Pinksteren, toen het evangelie ook aan de heidenen werd verkondigd, is de hemelse norm bij de toelating van heidenen tot Gods koninkrijk.

Het toetreden tot de Kerk is aangenaam en aantrekkelijk, wanneer Jezus als de Opgestane en Verzoener van onze zonden wordt gepredikt. Maar het wordt anders, als men in het lijden en sterven van Gods Zoon als eerste zijn persoonlijke schuld en veroordeling moet erkennen:

 ďGij moet wederom profeteren over vele natiŽn en volken en talen en koningen. En mij werd een riet gegeven, een staf gelijk, met de woorden: Sta op en meet de tempel Gods en het altaar en hen die daarin aanbidden.
Maar laat de buitenste voorhof van de tempel erbuiten, en meet die niet; want hij is aan de heidenen gegeven; en zij zullen de heilige stad vertreden, twee en veertig maanden lang.Ē

Het meetwerk van Johannes en de uitsluiting van onboetvaardige gelovigen sluit aan bij de twee getuigen, die de Here na Pinksteren 1260 dagen met een zak bekleed laat prediken.
Wie de twee getuigen zijn, leerde Jezus onder meer in de geschiedenis van de rijke man en de arme Lazarus. De rijke die Abraham vanuit de hel vroeg Lazarus naar zijn vijf broers te zenden, kreeg tot tweemaal toe van Abraham te horen dat zijn broers Mozes en de Profeten als getuigen van de Messias hebben. Daar moesten zij het mee doen. De twee getuigen met een zak bekleed zijn zowel in het Oude als het Nieuwe Testament Mozes en de Profeten. Een zak als teken van schuld en boete, toont dat elke hoorder in het lijden van Jezus allereerst zijn eigen schuld en verlorenheid moet ontdekken en erkennen. Zo predikte Jezus.

Het eerste wat Jezus na zijn opstanding de EmmaŁsgangers vanuit Mozes en de Profeten leerde ging over zijn lijden: "moest de Christus niet lijden om zijn heerlijkheid in te gaan". De twee getuigen zien enerzijds in het lijden van Jezus dat elk mens de hel staat te wachten, anderzijds is er vergeving van zonden door zijn bloed voor elke boetvaardige zondaar.
Dientengevolge zijn de twee olijven en de kandelaren hier Gods Geest en Gods woord.
Dat hier in tegenstelling tot Zacharia 4 sprake is van twee kandelaren, komt omdat na  Pinksteren behalve het volk IsraŽl ook de Kerk als getuige in de wereld is gaan optreden:

 ď En Ik zal mijn twee getuigen last geven om met een zak bekleed te profeteren, twaalfhonderd zestig dagen lang. Dit zijn de twee olijfbomen en de twee kandelaren, die voor het aangezicht van de Here der aarde staanĒ.

De kracht waarmee de twee getuigen twaalfhonderd zestig dagen optreden, blijkt uit de aanpak van hun tegenstanders. De vijanden van de twee getuigen worden niet met Gods liefde aangesproken, en evenmin weggezet alsof zij niet uitverkoren zijn. Neen, wie de getuigen bekleed met een zak beschadigt, wordt door vurige Gods woorden verteerd.
De tegenstanders van Elia werden letterlijk door vuur gedood, toen ze hem als boeteprediker en verdediger van Gods wet verachten. Op zijn woord kwam er tweemaal vuur uit de hemel, dat twee oversten met hun vijftig soldaten heeft gedood: Zie II koningen 1.

ďEn indien iemand deze twee getuigen schade wil toebrengen, komt er vuur uit hun mond en het verslindt hun vijandenĒ.

Toen IsraŽl de boeken van Mozes verachtte kwam er op het woord van Elia 3Ĺ jaar droogte:

ďzodat er geen regen valt gedurende de dagen van hun profeterenĒ.

En zodra Farao Gods woord en zijn eis verachtte, door te weigeren het volk IsraŽl te laten offeren in de woestijn, veranderde Mozes op Gods bevel het water van de Nijl in bloed.
Mozes en Elia leerden aan het Joodse volk oordeel en vergeving door het lijden van Messias:

ďen zij hebben macht over de wateren, om die in bloed te veranderenĒ

Johannes moet echter profeteren over vele natiŽn en volken, terwijl de plaats van handeling beperkt is tot Jeruzalem. Dit betekent dat de heilige stad model staat voor de hele wereld. Hierdoor hebben de getallen 42 maanden en 1260 dagen die beide een halve jaarweek aanduiden, vooreerst betrekking op Jeruzalem.  Daar Jeruzalem model staat moet men voor het verstaan en toepassing bij GabriŽl in Daniťl 9 te rade gaan. De engel GabriŽl heeft de tijd van Jeruzalem tot de wederkomst in 70 weken opgedeeld, die eindigt in een halve jaarweek.

Echter de tweede tempel in Jeruzalem die volgens GabriŽl in 7 weken zou worden gebouwd, duurde 49 jaren (7x7). En het Joodse volk had vanaf het herstel van de tempel tot de overdracht van de macht aan het Romeinse rijk geen 62 weken, maar 439 jaren (7 x 62 weken) zeggenschap over de tempel te Jeruzalem. Zodoende leert de geschiedenis over de 70 weken van GabriŽl, dat die telkens met 7 jaarweken moeten worden vermenigvuldigd.

Verder is de tempel met plein en gracht tot een gezalfde gebleven. En daar GabriŽl de heraut van Jezus, tijdens het avondoffer verscheen, is de genoemde gezalfde Jezus Christus.
Na de dood van Christus zijn er 69 van de 70 jaarweken voorbij, en is er nog ťťn week over. Doch na het uitroeien van de gezalfde zal volgens de woorden van GabriŽl het slachtoffer en spijsoffer in de eerste helft van de laatste jaarweek ophouden. En dat duidt op de tempel in Jeruzalem, die in het jaar 70 na Christus door de Romeinen is verwoest.

Van de 70 jaarweken is er dan nog een halve jaarweek over. Daarna komt Gods Koninkrijk.

Voor het antwoord op de vraag wanneer de laatste halve jaarweek zal komen, moet men letten op de woorden van GabriŽl. Want de engel GabriŽl sprak niet van "de" heilige stad, maar van "uw" heilige stad. Zijn woorden tot de Jood DaniŽl "uw" heilige stad legt verband tussen genoemde 70 jaarweken en het bezit en regering van Jeruzalem door de Joden. Dat wil zeggen het aftellen van de zeventig weken vond en vindt plaats, zolang het Joodse volk over de tempel ťn Jeruzalem regeren. Daarom begint het aftellen van de laatste halve jaarweek pas, zodra de Joodse Staat het heilige deel van de stad Jeruzalem in bezit heeft en regeert.

Welaan, in 1980 heeft de Knesset, het democratisch gekozen IsraŽlische parlement, in een wet vastgelegd, dat Jeruzalem de ďongedeeldeĒ hoofdstad is van de staat IsraŽl. Door die wet is de regeermacht van het Joodse volk over het heilige deel van Jeruzalem officieel geworden.
Daarmee is ook de hierna genoemde 3Ĺ dag begonnen. De tijd zolang de getuigen in Jeruzalem een lijk zullen zijn. Want omgerekend naar de 70 weken is 3Ĺ dag een halve jaarweek. Dat wil zeggen gedurende de laatste halve jaarweek (3Ĺ dag), wanneer de Joden over Jeruzalem regeren, zullen de twee getuigen van Jezus in de heilige stad als doden zijn. 

Welnu, de huidige wet op terugkeer erkent een Jood die gedoopt is in de naam van Jezus niet als Jood. Nu de Joodse leiders door genoemde wet verhinderen dat Messias belijdende Joden naar IsraŽl terugkeren, is het bewijs geleverd dat de twee getuigen van Jezus in Jeruzalem al zijn gedood. Zodoende is de aftelling van de laatste halve jaarweek van de zeventig weken begonnen.

ďEn wanneer zij hun getuigenissen zullen voleindigd hebben, zal het beest, dat uit de afgrond opkomt, hun den oorlog aandoen en het zal hen overwinnen en hen doden. En hun lijk zal liggen op de straat der grote stad, die geestelijk genaamd wordt Sodom en Egypte, alwaar ook hun Here gekruisigd werd".

Johannes moet echter over alle natiŽn en volken profeteren, waarbij Jeruzalem model staat. Daar Jeruzalem hier model staat, geldt wat in de heilige stad gebeurt ook voor de Kerk.
De vraag is daarom in welke kerk de twee getuigen nog met een zak bekleed wordt gepredikt. Waar wordt nog geleerd in het lijden van Jezus te zien hoe groot de schuld en ellende van de mens is. Die kennis is volgens Zondag 1 noodzakelijk om in Christus te leven en te sterven.

Wie evenwel vandaag het meetwerk van Johannes toepast op de preken in de kerken, zal ontdekken, dat het getuigenis van de twee getuigen met een zak bekleed in nagenoeg alle kerken in Nederland niet meer van toepassing is.En dat is nou precies datgene, wat volgens dit gezicht het beest uit de afgrond de laatste halve jaarweek (3Ĺ dag) in de heilige stad en de kerken zal weten te bereiken.

Toch zullen de volken, stammen, talen en natiŽn niet toestaan, dat de twee getuigen die in Jeruzalem zijn uitgeschakeld, door een begrafenis in de vergetelheid zullen geraken.
En de wereld is heden getuige van de uitkomst van die woorden. Want de lijken van de twee getuigen over Jezus zijn in de heilige stad niet begraven. Dat wordt verhindert door toeristen. Christenen uit alle volken die als toeristen de heilige plaatsen in Jeruzalem bezoeken, verhinderen dat Joden de dode getuigen van Jezus kunnen begraven en vergeten. Door de christelijke toeristen is het voor de inwoners van de heilige stad niet mogelijk de dode getuigen van Jezus weg te moffelen. Sterker nog, door de jaarlijkse toestroom van toeristen naar de heilige plaatsen te Jeruzalem, worden de Joden telkens herinnert aan Jezus.
Ofschoon er in de kerken niet meer verootmoediging wordt gepredikt in het lijden van Jezus, toch verhinderen christenen dat de dode getuigen van de Via Dolorosa begraven worden:

 ďen uit de volken en stammen en talen en natiŽn zijn er, die hun lijk zien, drie en een halve dag, en zij laten niet toe dat hun lijken in een graf worden bijgezetĒ.

De twee getuigen die na Pinksteren met zakken bekleed zijn, zullen de laatste halve jaarweek als doden worden. Dat gebeurt zodra de 2 getuigen zonder de zak optreden. De twee getuigen, die door het lijden van Jezus tot ootmoed opwekken, zullen zonder de zak als een lijk zijn. Ontdaan van de zak zullen predikers het lijden van Jezus niet meer kunnen inzetten om de eigen schuld en verlorenheid te leren. Dit zal de Satan door het beest weten te bereiken.

Zodra de twee getuigen lijken zijn, en men het lijden van Jezus niet meer toepast op de mens als teken van zijn veroordeling, is er vreugde. Vreugde over het evangelie zonder oordeel.
Ziet dan en merkt op hoe dit gezicht tegenwoordig van toepassing is in praktisch alle kerken. In plaats van ootmoed en intens berouw over de eeuwige gevolgen van de zondeval, welke Jezus door zijn lijden aan het licht brengt, is er enkel vreugde over het heil! In plaats van smeken om genade, wordt er "dank U" geroepen, alsof zijn lijden er niet meer toe doet:

 ďEn zij, die op de aarde wonen, zijn blijde en verheugt over hen en zullen elkander geschenken zenden, omdat deze twee profeten hen, die op de aarde wonen, gepijnigd haddenĒ.

Maar met de uitschakeling van de twee getuigen is ongemerkt het tweede wee werkelijkheid. Want de overwinning van het beest van de twee getuigen van Jezus, is het tweede wee.
Christen toeristen bewijzen ongemerkt, dat het tweede wee ook over Jeruzalem is gekomen!
Deze profetie is daarom een enorme waarschuwing voor iedereen die behouden wil worden:

ďHet tweede wee is voorbijgegaan; zie het derde wee komt snelĒ!

NAAR BOVEN

 

  De bidder bij de Westelijke (Klaag)muur staat met de rug naar Golgotha, waar Jezus Christus buiten de muren van de stad ieder mens aanklaagde.
Bron: Encarta encyclopedie
De heilige klaagmuur van Jeruzalem

Het lijden
van Jezus
klaagt
ieder
mens
aan

De wet is de eerste getuige en aanklager van ieder mens.
Bron: Foto's uit synagoge IsraŽl
De wet getuigt tegen de mens

Erkennen van de
grootheid
van de schuld
en ellende
 is
noodzakelijk

Het offerplaats van het altaar is 6 meter hoog, zodat elke bidder in de tempel omhoog moet kijken als bij de koperen slang in de woestijn.
Bron: Eigen ontwerp.
Het offer op het altaar is een
schaduw van het Lam Gods.

Jeruzalem
staat
als plaats
en tijd
model

Behalve dat Jezus de eerste getuige, de wet heeft gehouden, bracht Hij als het Lam Gods het offer tot verzoening voor iederen, die Hem in geloof aanbidt.
Bron: Historie der Martelaren
Jezus Christus op weg  naar Golgotha

Jeruzalem
kan
Jezus
niet
begraven

 

Jezus is de enige uitweg, voor elke zondaar, die Hem in berouw en bekering aanbidt en navolgt.
Bron: Woord in Beeld ©Ten Have/Kok Kampen
De Zondaar

START  Copyright © 1998 R.H. Keegstra; meer informatie:  ds.r.h.keegstra@planet.nl  Laatst gewijzigd: 12-12-2018