Hoofdstuk 26
Start Auteur DaniŽl inleiding Bibliografie Laatste nieuws Openbaring v Johannes Gesprekspunten Links

 Sporen van de wederkomst van Jezus Christus   

Omhoog
Hoofdstuk 23
Hoofdstuk 24
Hoofdstuk 25
Hoofdstuk 26
Hoofdstuk 27
Hoofdstuk 28
Hoofdstuk 29
Hoofdstuk 30
Hoofdstuk 31
Hoofdstuk 32
Hoofdstuk 33
Hoofdstuk 34
Hoofdstuk 35
Hoofdstuk 36
Hoofdstuk 37
Hoofdstuk 38
Hoofdstuk 39
Hoofdstuk 40

 

Satans strijd tegen God.

Openbaring 12:5-17.

 

Tekst:  ďEn de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats heeft, door God bereid, opdat zij daar twaalfhonderd en zestig dagen onderhouden zal worden .Ē Openbaring 12:6.

 

In het vorige gezicht is uiteengezet hoe het heil ondanks 7 pogingen van de Satan is gekomen. Daarbij zijn zeven koningen uit de Bijbel ( koppen met kronen) aangewezen, die door de Satan waren ingezet om Gods belofte van de komst van de Messias te doen mislukken.
Doch als een hemelse stem laat weten dat het heil en de kracht en het koningschap van God en zijn gezalfde is geworden, wordt behalve Satans verlies ook zijn manier van werken openbaar.

Daar het heil het koningschap van God en zijn gezalfde samen is geworden, waren zowel de gekroonde koppen als de hoornen tegen de profetieŽn over de Messias en de tempel gericht. De wording van het koningschap van God en zijn gezalfde in de strijd met de Satan, onthult dat de Satan er telkens op uit is Gods woord tot een leugenboek te maken.

Uit de oorlog in de hemel onder leiding van de aartsengel MichaŽl, waarbij de Satan werd uitgeworpen, wordt duidelijk dat die strijd op het hoogste niveau is gevoerd. In die strijd probeerde de Satan telkens Gods gegeven woord, de profetieŽn, onderuit te halen. Dat geldt voor Gods woord over de beloofde Messias, en ook de tempel als zijn schaduw.

Terwijl de tempeldienst een schaduw is van het offer van Gods Zoon, richtte de Satan meteen zijn pijlen op de tempel, toen daarover een Godsspraak tot de profeet DaniŽl kwam. Meteen heeft de Satan Gods woord aan DaniŽl 9 over de 70 weken willen ontkrachten. Dat de Satan getracht heeft de tweede tempel te ontheiligen, toen God de tijd over IsraŽl en de heilige stad op 70 weken stelde, toont opnieuw hoe de Satan profetieŽn wilde onderuithalen.

Daarom duiden de tien hoornen aan de draak op tien pogingen om de tempel en de heilige stad te ontheiligen. De tien hoornen zijn de tien oorlogen tussen Egypte (PtolemeŽn) en SyriŽ (Seleuciden), waarbij de tempel te Jeruzalem met de tempelschatten de inzet was.

De Satan wilde Gods koningschap en de macht van zijn gezalfde van kracht beroven, door Gods woord of profetie aan DaniŽl te doen mislukken en tot een leugenwoord maken. In zijn rede over de laatste dingen herinnert Jezus aan deze profetie van de profeet DaniŽl.
Volgens het Gods woord in DaniŽl 9 zou de tempel en Jeruzalem in zeven weken worden herbouwd. De tempel zou met plein en gracht 62 weken intact blijven, tot op een gezalfde die gedood zal worden, hoewel er niets tegen hem was.
Verder zou in de eerste helft van de laatste week het slachtoffer en spijsoffer ophouden.

Welnu, dit Gods woord dat GabriŽl aan de profeet DaniŽl gegeven heeft, is op de laatste halve jaarweek na, reeds lang vervuld. Bij de tempelbouw en daarna bleek dat de weken telkens met 7 jaarweken moet worden vermenigvuldigd. In Johannes 2:20 staat dat de bouw van de tempel 47 jaar heeft geduurd. Samen met de muren van de stad is het totaal 49 jaar (7x7). Na 434 jaren ( 62x7) hebben Joodse leiders hun macht vrijwillig met de Romeinen gedeeld.
Na de kruisdood van Jezus (gezalfde) door de Romeinen, is in 70 na Christus tijdens een driejarige Joodse opstand de tempel door de Romeinen verwoest. Met die verwoesting is overeenkomstig de profetie van DaniŽl het slachtoffer en spijsoffer opgehouden. Van de 70 weken is er dan nog een halve jaarweek over op het einde van de aardse tijd!
Dat betekent voor het einde komt, zullen de Joden nog korte tijd over Jeruzalem regeren!  Maar hoewel de Joden totaal 70 jaarweken de macht zullen krijgen over de heilige stad, tellen de jaren niet als zij geen macht hebben over het heilige deel van Jeruzalem.

Doch de Satan met zijn engelen zal alles in het werk stellen in zijn strijd tegen de Joden, opdat de Godsspraak over de terugkeer van de Joden naar IsraŽl nooit werkelijkheid wordt.
Herstel van de regeermacht van de Joden over het heilige deel van Jeruzalem  is derhalve een belangrijk teken van de kracht en het koningschap van God en de macht van zijn gezalfde. 

Herinner u bij dit gezicht de onvervulde laatste halve jaarweek van de profeet DaniŽl. Terwijl hier wordt gezegd dat God voor de vrouw waaruit het kind geboren is (IsraŽl), een plaats in de woestijn heeft bereid waar ze 1260 dagen voor levensonderhoud onderhouden zal worden!
De genoemde tijdsduur van 3Ĺ tijd komt overeen met de onvervulde laatste halve jaarweek van de 70 weken, die door God bepaald is over IsraŽl en de heilige stad. Dat is de tijd die God heeft bereid en zolang zal IsraŽl door God in de woestijn worden onderhouden:

"En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats heeft, door God bereid, opdat zij daar twaalfhonderd en zestig dagen onderhouden zal worden."

De wording van het koningschap van God en zijn gezalfde heeft dus niet alleen betrekking op de heilsgeschiedenis van IsraŽl, maar ook op de overwinning over de Satan en zijn engelen. En volgens Gods woord in DaniŽl 9 over de 70 weken, is daarna de aardse tijd voorbij.
Tot tweemaal toe wordt in dit gezicht bekend gemaakt dat God voor IsraŽl een plaats in de woestijn heeft bereid, waar Hij IsraŽl zal onderhouden. In beide gevallen wordt dezelfde tijdsduur genoemd, die gelijk is aan de onvervulde laatste halve jaarweek uit DaniŽl 9.
De eerste keer is de tijdsduur 1260 dagen, en de tweede keer 3Ĺ tijd. Beiden staan in het teken van de wording van de macht en het koningschap van God en zijn gezalfde over de Satan.

Velen schrijven tegenwoordig dat de terugkeer van IsraŽl naar het land hunner vaderen niet gegrond is op Bijbelse profetieŽn, en derhalve ook geen teken van de eindtijd is. Wie dit leert, doet af van de twee genoemde Gods woorden over IsraŽl en de heilige stad, en ook van de Godsspraak aan de profeet DaniŽl, de onvervulde laatste halve jaarweek.

De strijd die de Satan meteen begon tegen IsraŽl, toen hij op aarde was geworpen, geeft te kennen dat hij deze Gods woorden evenals die van de profeet DaniŽl serieus neemt. Want de Satan die op de aarde is geworpen vervolgt de vrouw die het mannelijke Kind baarde, om te verhinderen dat Gods woord over de laatste halve jaarweek vervuld wordt.

"Wee de aarde en de zee, want de duivel is tot u neergedaald in groot verlangen, wetende dat hij een korte tijd heeft".

Zodra God in dit gezicht bekend maakt dat Hij de Joden in de toekomst 1260 dagen in de woestijn en hun stad zal onderhouden, begint de Satan de strijd tegen de Joden. En hoe grondig de Satan de Joden vervolgt, leert de geschiedenis. Er is geen volk op deze wereld dat de laatste twee duizend jaren zo intens en veelvuldig is vervolgd als de Joden. Bij hun 2e opstand tegen de Romeinse keizer Hadrianus mochten ze niet meer in hun land wonen. En hun vervolging bereikte in de vorige eeuw een climax bij de vernietiging van zes miljoen Joden in de wereldoorlog II door Nazi-Duitsland.

Dit gezicht brengt aan het licht dat de vreselijke vervolging waarbij ťťn derde van alle Joden zijn omgebracht, het werk is van mensen die als handlangers van de Satan werkten:

 ďEn toen de draak zag, dat hij op de aarde was geworpen, vervolgde hij de vrouw, die het mannelijk kind gebaard hadĒ.

De Joden zullen hun land en stad een korte tijd terugkrijgen, niet wegens het geloof van de Joden maar wegens het koningschap van God en zijn gezalfde. Want daar God de vrouw naar haar plaats zal brengen, kan die plaats alleen Jeruzalem zijn en de woestijn het land IsraŽl.
De wording van het koningschap van God en zijn gezalfde in de strijd met de Satan, brengt aan het licht, waarom het getuigenis van Christus de geest van de profetie is. Dat wil zeggen, zoals Jezus de profetieŽn over Hemzelf waarmaakte, zo zal God elke profetie waarmaken.
Drie en een halve tijd zullen de Joden op hun plaats blijven. Dezelfde tijd als in DaniŽl 9.

Welnu, in 1980 heeft het IsraŽlische parlement (de Knesset) Jeruzalem tot de ongedeelde en eeuwige hoofdstad van IsraŽl uitgeroepen, en dit in een wet vastgelegd. Zodat de Joden vanaf 1980 over Jeruzalem regeren. Vanaf die tijd telt de laatste halve jaarweek van de 70 weken.
Ook is geprofeteerd dat de vrouw naar "haar plaats" zal vliegen op twee vleugels. Welaan, er emigreerden tussen 1947 tot 1951 125.000 Joden uit Irak naar IsraŽl en Jeruzalem. Daar de Joden toen in Irak vervolgd werden, zijn ze in het geheim via Iran met vliegtuigen naar IsraŽl gevlogen. Hierdoor zijn de woorden over het vliegen op twee vleugels naar de woestijn letterlijk gebeurt. Zie "Operatie Babylon" door Shlomo Hillel. Uitgeverij Ten Have.

Heden is de wereld getuige hoe Joden de woestijn van IsraŽl tot bloei hebben gebracht:

ďEn aan de vrouw werden de twee vleugels van de grote arend gegeven om naar de woestijn te vliegen, naar haar plaats, waar zij onderhouden wordt buiten het gezicht van de slang, een tijd en tijden en een halve tijdĒ.

Doch wanneer de Joden door God onderhouden wordt, verliest de Satan de greep op hen. Daarom zal de Satan alles in het werk stellen emigratie naar IsraŽl van Joden tegen te gaan. Want het woord "water" moet evenals "zee" in figuurlijke zin worden verstaan. Zodat de stroom ďwaterĒ die de Satan achter de Joden werpt, de begeerte is naar welvaart, geld en goed. Daar het welvaartspeil in de woestijn IsraŽl lager is dan in het Westen, zal de Satan door materialisme en hebzucht trachten Joden te verleiden niet naar IsraŽl te emigreren. Want de vijandschap van de volken dwingt IsraŽl een groot deel van hun welvaart aan de opbouw van het leger te besteden. Doch door diezelfde vijandschap gaan Joden naar hun oude vaderland:

ďEn de slang wierp uit haar bek water achter de vrouw als een stroom, om haar door de stroom te laten meesleurenĒ.

Wanneer de Schrift zegt dat de aarde de vrouw te hulp schiet tegen de Satan, is de aarde in geestelijke zin door de zondeval de "vervloekte" aarde. De vloek van de aarde brengt afgunst en haat. Vooral Joden worden vaak om hun hogere intelligentie door afgunst vervolgd.
Vanwege genoemde afgunst bewerkt de aarde zodoende terugkeer van de Joden naar IsraŽl:

ďEn de aarde kwam de vrouw te hulp en de aarde opende haar mond en verzwolg de stroom, dien de draak uit zijn bek had geworpenĒ.

De profetie of belofte dat God in de eindtijd een vastgestelde tijd in het onderhoud van de teruggekeerde Joden zal voorzien, heeft grote gevolgen voor de vervolging van de Satan. Want wie God bewaart is wel bewaart, zodat de Satan dan geen greep meer op de Joden heeft.
Dat de Satan woedend wordt en weggaat, is het bewijs dat hij gedurende genoemde 1260 dagen niets tegen de teruggekeerde Joden in IsraŽl vermag te doen.

En inderdaad, sedert dat de Joden met de heilige stad zijn verenigd en over de ongedeelde stad Jeruzalem regeren, hebben zij geen gebrek. Hoewel vijandige volken hen omringen:

 ďEn de draak werd toornig op de vrouw en ging weg om oorlog te voeren tegen de anderen van haar nageslacht,Ē

Het is verleidelijk om in de vluchtende vrouw de Kerk te verstaan. Daar echter uit deze vrouw de Christus is geboren, vertegenwoordigt zij niet de Kerk maar zeer beslist het Joodse volk. Zij vluchtte ook niet naar "een" maar "de" woestijn, wat duidt op het eeuwenlange ontvolkte en woeste land van IsraŽl! En bij terugkeer naar het huidige IsraŽl konden de Joden zich alleen vestigen in ontvolkte gebieden, in moerassen en de door God bereidde kale woestijn.

Want de Palestijnen bewoonden de vruchtbare heuvels op een hoogte, waarheen muskieten niet kunnen vliegen. Hierdoor bleven de Palestijnen vrij van malaria infecties, terwijl vele Joden tijdens de drooglegging en ontginning van de moerassen door malaria de dood vonden.

Doch de Joden hebben de moerassen drooggelegd, en de woestijn laten bloeien die door God voor hen gereed is gemaakt. Let wel, slechts voor de duur van twaalf honderd en zestig dagen. Dat is de tijd wanneer de Joden volgens DaniŽl 9 ook het heilige deel zullen beheren. Want genoemde halve jaarweek telt alleen af als de Joden het heilige deel van Jeruzalem regeren. Kortom, toen de Knesset in 1980 door een wet Jeruzalem annexeerde, begon de aftelling:

"En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats heeft, door God bereid, opdat zij daar twaalf honderd en zestig dagen onderhouden zou worden.Ē

NAAR BOVEN

 

 

De Here heeft  letterlijk Joden door de lucht als door arenden gedragen(vliegtuig) naar zijn plaats gebracht.
Bron: www.imagebank.com
De vleugels van de grote arend zijn
 de vleugels van een vliegtuig.

Satan
strijdt
via
bijbel
tegen
God

 

Zoals een IsraŽliet pas in geloof kon opzien naar de koperen slang nadat hij gebeten was, eveneens kan een mens alleen in geloof in zijn dodelijke schuld de gekruisigde Jezus aanbidden.
Bron: www.wga.hu.com
Zoals Mozes de koperen slang in de woestijn
verhoogd heeft, zo moet ook Gods Zoon..

De Satan
neemt elke
profetie
serieus.

Het werkterrein van de Satan betoont de waarheid van Gods verbond met IsraŽl.
Bron: www.imagebank.com
Satan werkt bij de zee, dat zijn de begeerten

Operatie
Babylon
 

Het aardse Jeruzalem van de staat IsraŽl mag echter niet vereenzelvigd worden met het hemelse Jeruzalem; evenmin de staat IsraŽl met het geestelijke IsraŽl.
Bron "Atlas van Jeruzalem" ©J.J.Groen en Zoon.
De Knesset te Jeruzalem

Terugkeer
Joden
tot
einde tijd

De terugkeer van de Joden naar Jeruzalem is het grootste teken dat we ons bevinden in de laatste fase van de geschiedenis.
Bron: Rembrandt bijbel
Toen Jezus als Gods Zoon de profetieŽn
door zijn kruisdood en het doen van
Gods wet vervulde, bevestigde Hij
het koningschap van God.

START  Copyright © 1998 R.H. Keegstra; meer informatie:  ds.r.h.keegstra@planet.nl  Laatst gewijzigd: 03-10-2018