Hoofdstuk 40
Start Auteur Daniël inleiding Bibliografie Laatste nieuws Openbaring v Johannes Gesprekspunten Links

 Sporen van de wederkomst van Jezus Christus   

Omhoog
Hoofdstuk 23
Hoofdstuk 24
Hoofdstuk 25
Hoofdstuk 26
Hoofdstuk 27
Hoofdstuk 28
Hoofdstuk 29
Hoofdstuk 30
Hoofdstuk 31
Hoofdstuk 32
Hoofdstuk 33
Hoofdstuk 34
Hoofdstuk 35
Hoofdstuk 36
Hoofdstuk 37
Hoofdstuk 38
Hoofdstuk 39
Hoofdstuk 40

 

Engelen 7 gemeenten geen voorgangers.

Openbaring 22:6-21.

 

Tekst:   “ En zie, Ik kom snel. Zalig hij, die de woorden der profetie van dit boek toepast”. Openbaring 22:7.

 

Het laatste hoofdstuk geeft als de vorige gezichten extra informatie over Openbaring 1-10. Daar er vooraf wordt gezegd dat deze woorden betrouwbaar en waar zijn, wil zeggen dat met name dit gezicht uiterst belangrijk is voor het verstaan van dit boek.

Hoewel Johannes het grootste deel is getoond zonder engel, heeft Jezus voor de laatste onthulling speciaal zijn engel gezonden. Terwijl de komst van deze engel al in het eerste hoofdstuk is aangekondigd, worden nu pas echt fundamentele onthullingen gedaan. De Here heeft zijn engel gezonden om te tonen welke gezichten "meteen" en welke "snel" komen. Wat de NBG met “weldra” vertaald, is letterlijk vanuit de grondtekst “meteen”.

Verder wordt er gezegd dat de Here de God van "de geesten" van de profeten zijn engel heeft gezonden, zodat deze engel als profeet niet alleen profetieën toont, maar deze ook toepast:

“Deze woorden zijn getrouw en waarachtig, en de Here, de God van de geesten der profeten heeft zijn engel gezonden om zijn knechten te tonen hetgeen weldra (meteen,RHK) moet geschieden”.

Behalve de gezichten die "meteen" moeten geschieden, zijn er die "snel" komen. Dit onderscheid maken vele uitleggers niet! Om de gezichten die "snel" komen van de anderen te onderscheiden, wordt Jezus sprekend in de eerste persoon met de snelle gezichten verbonden. Die verbinding betekent tegelijk dat de Here de "snelle" gezichten zelf zal geven.

Eerder is onthuld, dat niemand anders dan Jezus de zegels van de verzegelde boekrol kan verbreken. Daarom is wat snel zal komen, van toepassing op de boekrol met de zeven zegels. Snel betekent in verband met de verzegelde boekrol, indien deze éénmaal begint, het binnen één generatie voorbij zal zijn. Dat heeft Jezus tijdens zijn omwandeling op aarde gezegd:

“En zie, Ik kom snel. Zalig hij, die de woorden der profetie van dit boek toepast”.

Wanneer de engel Jezus sprekende in de eerste persoon aanhaalt, kan ook misverstand geven. Want het was een misverstand toen Johannes meende dat de engel Jezus zelf was. Zijn neervallen voor de engel om hem te aanbidden, wijst op een vergissing in die richting.

Maar dankzij zijn vergissing wordt nogmaals gezegd, dat de engel behalve als collega ook als profeet optreedt. Daar de engel een profeet is, is alles wat hij toepast per definitie profetie:

 “En ik Johannes, ben het, die deze dingen zag en hoorde (RHK). En toen ik ze gehoord en gezien had, wierp ik mij neder voor de voeten van de engel, die ze mij toonde, om te aanbidden. Maar hij zeide tot mij: Doe dat niet! Ik ben een mede dienstknecht van u en van uw broederen, de profeten, en van hen, die de woorden van dit boek bewaren (toepassen)."

Nu de engel profeet is, is zijn bevel de profetieën niet te verzegelen, tegelijk een bevel tot de toepassing ervan. Dit geldt niet voor de verzegelde boekrol, want die verbreekt Jezus zelf. Welke profetieën toegepast moeten worden staan voor de deur, zodat die "meteen" beginnen:

 “Verzegel de woorden van de profetie van dit boek niet, want de tijd is nabij”.

Het vragen van de engel om méér onrecht en vuilheid, méér recht en heiligheid, is toepassen van de brief aan de gemeente te Laodicea op de toestand van de Kerk. De oproep tot méér onrecht en vuilheid, méér recht en heiligheid is een roep om onderscheid in de Kerk tussen bekeerden en onbekeerden. Door wetteloosheid en lauwheid is het verschil tussen onrecht en vuilheid, en het rechtvaardig en heilig zijn in de Kerk in de eindtijd verdwenen. De toestand van de Kerk is dan gelijk aan de inhoud van de brief van de gemeente te Laodicea.

Zijn toepassing van de brief van de gemeente te Laodicea geeft te kennen, dat deze brief als profetie de toestand van de hele Kerk beschrijft. Maar als de brief van de gemeente te Laodicea profetie is, geldt dit ook voor de andere brieven. Dan zijn de profetieën die niet verzegeld mogen worden en meteen komen, de brieven van de zeven gemeenten uit Azië:

“Wie onrecht doet, hij doe nog meer onrecht, wie vuil is, hij worde nog vuiler. Wie rechtvaardig is, hij bewijze nog meer rechtvaardigheid, wie heilig is, hij worde nog meer geheiligd”.

Om de snelle komst van de boekrol te onderscheiden laat de engel Jezus zelf zeggen, dat Hij komt, als de toestand van de Kerk gelijk is aan die van de "lauwe" gemeente te Laodicea.

Het loon dat Jezus volgens “afspraak” zal geven, zijn de genoemde plagen uit de boekrol. Daardoor verbindt de engel de brieven van de zeven gemeenten met de verzegelde boekrol. Zodat de plagen van de verzegelde boekrol komen, nadat de toestand van de hele Kerk gelijk is aan de gemeente te Laodicea. De engel bevestigt hiermee de eenheid van dit boek. De toestand van de Kerk is de aanleiding van het komen van Jezus met de verzegelde boekrol.

Jezus is de alpha, het begin, want alles wat geworden is, is door het Woord geworden. Die naam herinnert iedereen aan de zondeval en zijn dodelijke schuld voor God. Maar behalve de alpha is Hij de omega, de laatste die de plagen van de boekrol zal geven.

Doch Hij die het begin is en het einde, is met Israël en de Kerk tot aan het einde. Hij verbreekt de zegels van de boekrol, zodra de Kerk lauw is. Anders gezegd Hij laat de Kerk niet verloren gaan, maar komt met de boekrol, zodra de Kerk als die van de gemeente te Laodicea is. De plagen uit de boekrol zijn geen oordeel voor de wereld, maar tot bewaring van de Kerk!

Het niet meer koud worden van het komende oordeel, noch heet van het verzoenende sterven van Jezus, komt door de voorspelde wetteloosheid en lauwheid in de Kerk. Juist de lauwheid waardoor de Kerk in de eindtijd gekenmerkt zal zijn, is de reden waarom Jezus de zegels van de verzegelde boekrol zal verbreken. De verbreking van de zegels is een bewijs aan gelovigen in de eindtijd dat hun geloof "lauw" is en zonder werken. Door de plagen uit de boekrol wil Jezus voor zijn komst Israël en de Kerk opwekken alsnog geloofsvruchten voort te brengen:

 “Zie, Ik kom snel en mijn loon is bij Mij om een ieder te vergelden, naar dat zijn werk is. Ik ben de alpha en de omega, de eerste en de laatste, het begin en het einde”.

Om te overtuigen dat zijn engel als profeet doelt op de lauwe en wetteloze toestand van de hele Kerk, laat hij weten wie zalig zal worden. Zalig zijn zij die hun kleding telkens wassen in het bloed van het Lam, Jezus Christus. Dat wil zeggen, alleen zij die zich bekeren van hun zonden, hun schuld belijden en vanuit een berouwvol hart dagelijks om vergeving bidden, krijgen recht op de boom des levens. Want alleen wie zich telkens wast in het bloed van Jezus wordt zalig verklaart. Dezen krijgen toegang door de poorten tot het hemelse Jeruzalem:

 “Want zalig zijn zij, die zich voortdurend wassen, opdat zij recht/macht mogen hebben op de boom des levens en door de poorten ingaan in de stad”.

Dat er echt geen toegang is voor lauwe christenen zonder vrucht leren hen die buiten blijven. Als eersten van de buitenstaanders worden de honden genoemd. Dat zijn mensen die onrein zijn, de onbekeerde christenen die niet gewassen zijn in het bloed van Christus. Verder iedereen die in woord en daad de rechten van de mens boven Gods rechten stellen:

“Buiten zijn de honden en de tovenaars, de hoereerders, de moordenaars, de afgodendienaars en ieder, die de leugen liefheeft en doet”.

Maar om voor honderd procent overtuigd te worden dat de brieven aan de zeven gemeenten in Azië profetieën zijn, komt Jezus nog een derde keer in de eerste persoon aan het woord. Daarbij zegt Jezus ronduit dat Hij "zijn engel aan het hoofd van de gemeenten" heeft gezonden! Jezus zend niet een engel, maar "zijn" engel, zodat niemand van deze engel een "voorganger" kan maken! En daar zijn engel een profeet is, zijn de brieven aan de gemeenten in Azië profetieën. De toepassing van de brief van Laodicea op de hele Kerk, maakt alle zeven brieven van de gemeenten tot profetie over de gevaren van de Kerk meteen na Pinksteren.

Behalve de eenheid van dit boek toont de door Jezus gezonden engel iedereen, die de zeven brieven niet als profetie verstaan, dat ze er naast zitten en niets zullen merken van zijn komst.

Om te verzekeren van de reddende opzet door de verzegelde boekrol, laat de engel Jezus zelf zeggen, dat Hij de boekrol gaat toepassen, zodra heel de Kerk wereldwijd lauw is geworden. Om te tonen dat hij namens de Here optreedt, identificeert hij de Here met de wortel of tronk van Isaï, de blinkende morgenster, zoals de profeet Jesaja over de Messias voorspelde:

“Ik, Jezus, heb mijn engel aan het hoofd van de gemeenten gezonden (RHK), om u dit te betuigen. Ik ben de wortel en het geslacht van David, de blinkende morgenster”.

Verder toont het roepen van de Geest en de bruid, dat de gelovigen de zeven gemeenten wel als profetieën verstaan, evenals de reddende bedoeling van de verzegelde boekrol. Hun roepen en vragen om de verzegelde boekrol bevestigen de afval van de Kerk door de lauwheid:

“En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En wie het hoort, zegge: Kom! En wie dorst heeft, kome, en wie wil, neme het water des levens om niet”.

Wie de brieven niet als profetie verstaat, merkt niets van de komst van de boekrol door Jezus. Terwijl de sporen van de boekrol overal al zichtbaar zijn in onze wereld, en de verzameling van de volken in het Midden-Oosten tegen I.S. reeds gaande is, wordt dit niet opgemerkt! De bede “Kom Here Jezus” is méér dan een bede om hemelse beloften. Het is een gebed om de “snelle” komst van de verzegelde boekrol om daardoor de lauwheid in de Kerk te breken.

Het snelle komen slaat op de verzegelde boekrol inclusief de opname. Zodat wanneer de gelovigen de laatste plagen zien, zij hun hoofden zullen opheffen tot God in de hemel. De laatste plagen dienen om elke boetvaardige zondaar koud te maken voor de hellesmarten en heet voor de weg der smarten, die Jezus is gegaan in zijn kruisgang tot behoud.

Want men verkrijgt het heil niet door goede werken, maar door het bloed van Christus. Dat neemt niet weg dat geloof gepaard gaat met vruchten, die aan de bekering beantwoorden. Tot driemaal toe laat zijn engel Jezus zeggen in de eerste persoon: "Zie, Ik kom snel". Duidelijker kan de Here het onderscheid niet maken tussen de tijd van de zeven gemeenten, die "meteen" beginnen, en zijn "snelle" komst met de verzegelde boekrol daarna. De woorden van de Here: “Ik kom snel”, doen gelovige harten uitzien naar zijn wederkomst:

“Hij die deze dingen betuigt, zegt: Ja, Ik kom snel. Amen, Kom Here Jezus”.

De waarschuwing hieraan niets toe te voegen is van levensbelang. Toevoegen doet men door de "snelle" plagen van de verzegelde boekrol toe te passen op de hele Kerkgeschiedenis na Pinksteren. Toevoegen is ook door de Kerk ervan te vrijwaren. Wie echter iets aan dit boek toevoegt zal de plagen uit dit boek niet als bemoediging uit Gods Vaderhand ervaren:

 “Indien iemand hieraan toevoegt, God zal hem toevoegen de plagen, die in dit boek beschreven zijn”.

Veel ernstiger zijn de gevolgen voor iemand die afneemt van dit boek. Afnemen doet een ieder die de zeven brieven ontdoet van haar profetische openbaring voor heel de Kerk. Of die de betreffende engelen om de verstaanbaarheid tot voorgangers maakt. Hoe zwaar de Here daaraan tilt, zegt Hij ook.  Wie de profetische betekenis van de zeven gemeenten uit Azië afneemt, God zal zijn deel afnemen van het geboomte des levens en het hemelse Jeruzalem.  Wie van de zeven gemeenten uit Azië de profetische betekenis afneemt, mist behalve de gevaren van de Kerk in de eindtijd, ook het getuigenis van Jezus uit de verzegelde boekrol. Sterker nog, wie engelen hier tot voorgangers maakt, mist het eeuwige heil:

 “Want indien iemand afneemt van de woorden van deze profetie, God zal zijn deel afnemen van het geboomte des levens en van de heilige stad, welke in dit boek beschreven zijn. Kom Here Jezus. De genade van de Here Jezus zij met allen”.
 
 

De vrouw is de Kerk, die door Gods verkiezende genade pelgrimganger is van de heilige stad.
Bron: Woord in Beeld ©Ten Have/Kok Kampen
De  vrouw van Christus.
 

 

Gezichten
meteen;
laatsten
"snel"

De ergernis van het kruis schept kopers van het gelouterde goud; zij brengt ze bij elkaar.
Bron: Woord in Beeld ©Ten Have/Kok Kampen
De Zondaar.

 

"snel" is binnen
één
generatie.

Jezus zegeviert over Babylon en de rechten van de mens als de Mensenredder en Koning der koningen.
Bron: Bibleexplained.com
Het Lam overwint het beest
 

Lauw
als
Laodicea.

Zoek vandaag nog het levende brood voor uw ziel, die eeuwig is, nu het nog te vinden is.
Bron: Overige bronnen
Het leven in Christus.

 

Afnemen,
heeft
eeuwige
gevolgen.

Voor de hoop en opname door Christus moeten gelovigen de hoofden opheffen naar de hemel en Jezus aanroepen.
Bron: www.imagebank.com
Zesde bazuin geeft splitsing nucleaire raket >>vuur.

 

START  Copyright © 1998 R.H. Keegstra; meer informatie:  ds.r.h.keegstra@planet.nl  Laatst gewijzigd: 14-07-2018