Hoofdstuk 38
Start Auteur Daniël inleiding Bibliografie Laatste nieuws Openbaring v Johannes Gesprekspunten Links

 Sporen van de wederkomst van Jezus Christus   

Omhoog
Hoofdstuk 23
Hoofdstuk 24
Hoofdstuk 25
Hoofdstuk 26
Hoofdstuk 27
Hoofdstuk 28
Hoofdstuk 29
Hoofdstuk 30
Hoofdstuk 31
Hoofdstuk 32
Hoofdstuk 33
Hoofdstuk 34
Hoofdstuk 35
Hoofdstuk 36
Hoofdstuk 37
Hoofdstuk 38
Hoofdstuk 39
Hoofdstuk 40

 

Geloof zonder werken is dood.

Openbaring 20:11-21:9.

 

Tekst:  “Wie overwint zal deze dingen beërven, en Ik zal hem tot een God zijn en Hij zal mij tot een zoon zijn.”  Openbaring 21:7.

 

In dit gezicht gebeurt wat de apostel Paulus eertijds te Athene heeft gezegd op de Areopagus. Toen hij de Grieken te kennen gaf, dat God een dag heeft bepaald, waarop Hij de wereld rechtvaardig zal oordelen door een man, waarvan God iedereen verzekert doordat Hij Hem uit de doden opwekte. Met die woorden verbindt Paulus de dag des oordeels met de opstanding uit de doden van Jezus en de dag van zijn wederkomst.
Daar Jezus tot Rechter is aangesteld, is Hij degene die in dit gezicht verschijnt op zijn troon.

Verdwijning van de zon en de maan (hemel) op die dag, die ook geschapen zijn tot aanwijzing van vaste tijden, duidt op het einde van de tijd. Terwijl het wegvluchten van de aarde de opstanding van de gelovigen bekend maakt.Want bij de omkering van Sodom en Gomorra heeft God tot Abraham gezegd, wanneer er 10 of meer gelovigen zouden zijn geweest, deze steden niet waren verwoest. Vluchten van de aarde wil in dit verband zeggen, zodra de vervloekte aarde door de opname zonder gelovigen is, kan deze Jezus niet meer verdragen.

Maar behalve de Dag en de Rechter toont dit gezicht het "programma" van de opstanding van de mensheid én "de manier waarop" Jezus Christus straks zal oordelen. Ofschoon alle mensen op de dag des oordeels opstaan, gebeurt dit in een bepaalde volgorde. Volgens 1 Kor. 15:23 zal Jezus eerst opstaan, daarna die van Christus zijn, daarna het einde.
Volgens deze volgorde zijn de doden voor de troon van Jezus de gelovigen van alle tijden en plaatsen. En daar de groten en de kleinen rechtop staan worden ze met ziel en lichaam geoordeeld. Als bij het oordeel de werken centraal staan, is opstanding van het lichaam nodig. Geloofswerken worden immers door beide, ziel en lichaam gedaan. "Opdat een ieder wegdrage wat hij door zijn lichaam gedaan heeft, hetzij goed hetzij kwaad" (2 Kor. 5:10):

“En ik zag een groten witten troon en Hem, die daarop gezeten was voor wiens aangezicht de aarde en de hemel vluchten, en geen plaats werd voor hen gevonden. En ik zag de doden, de groten en de kleinen, staande voor den troon”.

Want dit gezicht onthult dat niet het geloof beslissend is voor iemands eeuwige toekomst, maar zijn werken. Want Jezus zal op de laatste dag elke dode door twee getuigen confronteren met zijn geloofswerken. En de twee getuigen zijn twee verschillende boeken. De ene getuige is het boek met de werken van ieder mens, maar let wel, ook bij het boek des levens gaat het om hun werken. Hoewel er geoordeeld wordt door wat in twee boeken staat aan werken, is het boek des levens beslissend. Alleen gelovigen wiens werken in het boek des levens staan, krijgen toegang tot de nieuwe hemel en aarde. Oftewel zonder werken brengt geloof geen heil.

Het oordeel is niet alleen gegrond op geloof of ongeloof, maar op geloof én werken.

Wie hier op zoek gaat naar een ander criterium, wordt teleurgesteld. Dat wil zeggen, de namen staan in het boek des levens als er “geloofswerken” zijn. Zelfs de moordenaar die met Jezus is gekruisigd, kwam op zijn laatste dag tot werken, doordat hij zijn zonden publiekelijk beleed en Jezus aanbad als de enige weg tot behoud temidden van een grote schare. Kortom, zonder werken is geloof een dood geloof! De duivelen geloven immers ook:

“en er werden boeken geopend. En nog een ander boek werd geopend, het boek des levens; en de doden werden geoordeeld op grond van hetgeen in de boeken geschreven stond, naar hun werken”.

Na het oordeel van de doden die als eersten door opname van de aarde zijn verdwenen, volgt de opstanding van de andere doden. Maar hoewel de dood en het dodenrijk in de Bijbel de verblijfplaats is van zielen, kan dat niet worden gezegd van de zee. Nergens in de Bijbel is de zee de plaats van zielen. Daarom moet de zee hier in geestelijke zin worden verstaan. De zee is in geestelijke zin de wereld en haar begeren. De doden uit “de zee” zijn de volgelingen van het beest, dat in de eindtijd opkomt uit de zee. Het beest van de democratie en groei-economie, waarbij alles draait om geld en zelfverwerkelijking, waarmee het de volken zal verleiden. Zie hoofdstuk 28. De doden uit de zee zijn de achtergelaten volken, die onder leiding van de Satan zich ná "de opname" tegen Jeruzalem zullen verzamelen:

 “en de zee gaf de doden, die in haar waren, en de dood en het dodenrijk gaven de doden, die in hen waren, en zij werden geoordeeld een ieder naar zijn werken.”

Ook deze doden worden door Jezus geoordeeld door de twee genoemde getuigen. Wie geen geloofsvruchten voortbrengt, staat niet in het boek des levens. En wie niet in het boek des levens staat geschreven, heeft geen deel aan Jezus en zijn Koninkrijk:

 “En wanneer iemand niet bevonden werd geschreven te zijn in het boek des levens, werd hij geworpen in de poel des vuurs.”

Dezen komen in de poel des vuurs, hoewel die niet voor mensen maar de duivel en zijn engelen is bereid. Ze moeten die plaats eeuwig delen met de Satan en de dood. Beide worden dan met de mensen zonder geloofswerken in de hel geworpen, waar de worm niet sterft en het vuur niet wordt uitgeblust. De tweede dood is met lichaam en ziel altijd in de hel verblijven:

“En de dood en het dodenrijk werden in de poel des vuurs geworpen. Dit is de tweede dood, de poel des vuurs”.

Pas als het oordeel voorbij is, spreekt dit gezicht van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.

Dat de zee er niet meer is, lijkt niet belangrijk. Maar “zee” moet, evenals de zee waaruit de laatste doden komen, in geestelijke zin worden verstaan. Het zijn de begeerten naar geld en goed, genot en eer.  De verdwijning van de zee of de wereldse begeerten betekent dat de mens het na het oordeel moet doen zonder begeerten. Want de zee (begeerten) is niet meer:

“En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbij gegaan, en de zee is niet meer.”

Maar die gelooft én geloofswerken heeft, krijgt wat Adam en Eva is beloofd. Er daalt een nieuw Jeruzalem door God gemaakt met hemelse materialen, vanuit de hemel op de aarde. En de Allerhoogste Majesteit laat weten wat dit betekent. Dan zal God weer met de mens omgaan, zoals Hij voor de zondeval in het paradijs omging met Adam en Eva:

“En ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, nederdalen uit den hemel, van God, getooid als een bruid, die voor haar man versierd is. En ik hoorde een luide stem van den troon zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen en zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal bij hen zijn.”

Dan verdampen de tranen die niet alleen gevloeid zijn door allerlei nood, maar vooral om Gods toorn over de zondeval en hun zonden. In plaats van strijd om het bestaan met vele verleidingen en verdriet is er eeuwige vreugde:

 “en Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan.”

Ofschoon de zee niet meer is en het nieuwe van alle dingen er snel af is, is het totaal anders op de nieuwe aarde en de nieuwe hemel. Want de Here maakt op de nieuwe aarde en de nieuwe hemel alle dingen “telkens” nieuw. Het altijd nieuw zijn, is voor de gelovigen op de nieuwe aarde iets enorms groots, maar het is huiveringwekkend voor verdoemden.Want daar dit waarachtige woorden zijn van Gods Zoon, geldt het telkens nieuw maken ook voor de hellesmarten van de ongelovigen. Altijd de wroeging als nieuw te ervaren is niet te vatten. Dan komt er nooit gewenning aan de wroeging. Daarom betekenen de woorden van Jezus: “waar de worm niet sterft en het vuur niet wordt uitgeblust”, dat dit ook altijd nieuw is:

 “En Hij die op de troon gezeten is, zeide: Zie, Ik maak alle dingen nieuw”.

De onthulling dat Jezus het begin en het einde is, wil zeggen dat Hij altijd met de gelovigen is. Hij ondersteunt het komen tot werken, die beslissen over de eeuwige toekomst van elk mens. Hij wil niet dat een geroepene met lege handen voor Hem als Rechter komt te staan. Sterker nog, Hij toont zijn rechtspraak met de twee getuigen, opdat u en ik Hem gehoorzaam zijn:

“En Hij zeide: Schrijf, want deze woorden zijn getrouw en waarachtig. En Hij sprak tot mij: Zij zijn geschied. Ik ben de alfa en de omega, het begin en het einde”.

Velen verzwijgen dat God elk mens zal oordelen op grond van zijn werken. Die eis verzwijgt men door Gods verkiezende genade of liefde tegenover de "onvermogende" mens te stellen! Doch de reformatoren Calvijn en Luther hebben de werken nooit afgewezen alsof geloof genoeg zou zijn, maar hebben ze opnieuw gedefinieerd als geloofswerken uit dankbaarheid! Want geloof zonder werken is geloof zonder Heilige Geest, en daarom een dood geloof! Juist de rechtspraak op de laatste dag confronteert de mens met de eis van geloofswerken.

Zijn woorden over de gave van het levende water aan elke dorstige laat weten, dat Hij de Heilige Geest geeft aan wie Hem gehoorzaam zijn. Door het levende water leert Hij op de meest krachtig wijze de noodzaak van de werken als antwoord op Gods trekkende genade. Elke berouwvolle zondaar die zich "laat wassen" in het bloed van de Gekruisigde en Hem "gehoorzaam" is, krijgt méér van de geest. Dat werd reeds door Petrus in de Pinksterpreek gezegd, maar ook tot de Hogepriester en het Sanhedrin in Handelingen 5: 32. Want geen mens kan zonder werken bestaan voor de twee getuigen waardoor Jezus als Rechter zal oordelen.

Tegelijk leert de Here hierbij dat het levende water of heil niet wordt verdiend, maar “gegeven als een geschenk” door God. De grote nadruk die de Allerhoogste hier legt op het woord “Ik” onderstreept hoe de Geest door Hem als een geschenk wordt gegeven zonder enige verdienste. Want geloofswerken zijn daden van "bekeerde" mensen, als antwoord op Gods genade:

“Ik zal den dorstige geven uit de bron van het water des Levens, om niet.”

Daarom is dit gezicht over “de getuigen” een laatste dringende waarschuwing van de hemel. Zonder dorsten naar het levende water(Geest) komt een gelovige niet tot geloofswerken. Te weten dat geloof zonder werken dood is, dwingt elke bekeerde gelovige om Jezus te gehoorzamen en na te volgen. Dezen overwinnen zichzelf door het kruis van Jezus Christus. Want de eeuwige verlossing van zonde en schuld wordt om niet geschonken aan een dorstige:

“Wie overwint zal deze dingen beërven, en Ik zal hem tot een God zijn en Hij zal mij tot een zoon zijn.”

Nergens vindt men tegenwoordig meer lafhartigheid dan bij het spreken over geloofswerken. Dit verzwijgt men uit angst voor de mens, omdat vele christenen geloven zonder werken. Dit komt overeen met de waarschuwing van Jezus, dat in de eindtijd bij velen het geloof zal verkillen wegens wetteloosheid. Maar de twee getuigen maken het onmogelijk hier en nu te zwijgen over “geloof én werken”. Want de twee getuigen zijn straks onverbiddelijk.

Daarom wordt van allen die verloren gaan, de lafhartige het eerst bij de naam genoemd. Want de Zoon op zijn troon zal straks iedereen in “de poel des vuurs” werpen, die geen werken op zijn naam heeft staan. Deze verbanning treft elke lafhartige net zo goed als ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, hoereerders, tovenaars, afgodendienaars en leugenaars. Dus ook degene die uit vrees voor mensen Jezus niet gehoorzaam is:

“Maar de lafhartigen, de ongelovigen, de verfoeielijken, de moordenaars, de hoereerders, de tovenaars, de afgodendienaars en alle leugenaars – hun deel is in de poel, die brandt van vuur en zwavel: dit is de tweede dood”.

Overwinnen is geloof én werken, ondanks verdrukking door de wereld, uit dank aan Jezus. Want Hij, die de dood inging en overwon, zal elke dorstige die overwint te drinken geven.

“Wie overwint zal deze dingen beërven, en Ik zal hem een God zijn en hij zal Mij een zoon zijn”.

 
 
 

Wat Johannes voor de troon zag, zijn de gelovigen.
Bron: Gallery.euroweb.nl
Het laatste oordeel

Volgorde
oordeel
maakt
het
verschil

De ene getuige bevat alle werken van ieder mens.
Het boek des levens bevat ook de werken, maar dan als geloofswerken.
Bron: www.imagebank.com
Twee boeken als getuigen
bij het laatste oordeel

Geen
woorden
maar
daden

Zoals Jezus zijn leven vrijwillig gaf, geeft Hij het levende water om niet aan hen die Hem daarom smeken. Bron: Thecia.com.
Toen Ben Hur versmachtte van dorst,
kreeg hij een beker water van Jezus.

Telkens
als
nieuw
ervaren

Zoals Jezus met Adam en Eva wandelde in het paradijs, zo doet Hij met elke inwoner van de nieuwe aarde.
Bron: www.creationisme.org
Het nieuwe Jeruzalem


 

Ik ben
met u
alle dagen

Wie zich  nu schaamt voor Jezus, zal dat eeuwig moeten berouwen.
Bron: omniboek.nl
zonder daden is er geen hoop

START  Copyright © 1998 R.H. Keegstra; meer informatie:  ds.r.h.keegstra@planet.nl  Laatst gewijzigd: 03-10-2018